De Indische roots van Waldemar Torenstra

De Indische roots van Geert Wilders
1 augustus 2019
Een ‘kleine dievenbende’
1 augustus 2019
Lees alles

De Indische roots van Waldemar Torenstra

Inleiding

De aflevering van de tv-serie Voorouders van verre op 16 februari 2013 met in de hoofdrol film- en tvacteur Waldemar Torenstra kreeg, zoals inmiddels bij velen bekend, een verrassende ontknoping. De partner van presentatrice en actrice Sophie Hilbrand en vader van haar twee kinderen bleek namelijk een adellijke grootmoeder te hebben, een overgrootvader die kamerheer in buitengewone dienst was geweest van Koningin Wilhelmina en Koningin Juliana en was als kers op de taart een afstammeling van Willem van Oranje. Begrijpelijkerwijs werd met name dit laatste aspect in de periode na de uitzending flink uitvergroot. Zijn Indische roots trokken in vergelijking daarmee beduidend minder aandacht van de media en het grote publiek. En de aandacht die er was, concentreerde zich vooral op het feit dat een van zijn voorvaders de resident was – gedoeld werd op Reinier Scherius, resident van Menado – aan wie Eduard Douwes Dekker (Multatuli) als gewestelijk secretaris ondergeschikt was geweest.

Regelmatige tv-kijkers zullen Waldemar Torenstra de afgelopen jaren ongetwijfeld wel eens voorbij hebben zien komen. Zo speelde of speelt hij mee in enkele tv-series, zoals Grijpstra & De Gier (2007), Divorce (2012-2016) en Vechtershart (2015-2017). Daarnaast had hij onder meer een rol in de speelfilms Ja zuster, nee zuster (2002), Zomerhitte (2008), Bride Flight (2008) en Baantjer. Het begin (2019). Hij debuteerde overigens als acteur op het toneel en was jarenlang verbonden aan het Noord Nederlands Toneel. Sinds 2006 zijn hij en presentatrice en actrice Sophie Hilbrand een stel. Samen hebben ze een zoon en een dochter.

Scene uit de film Baantjer. Het begin (foto: Martijn van Gelder, gepubliceerd op www.millstreetfilms.nl).
Bron: https://www.charlies-travels.com/afrika/jimmy-nelson-sophie- waldemar-op-reis-dit-zijn-de-beelden.

In deze bijdrage wordt de Indische familiegeschiedenis van Waldemar Torenstra genealogisch verder uitgediept, waarbij we zullen zien dat hij niet alleen afstamt van Willem van Oranje en een hele reeks tot de Nederlandse adel behorende personen, maar ook de Chinese vrouw Caroline en een onbekende Boeginese vrouw tot zijn voorouders mag rekenen. Bovendien figureren in die geschiedenis twee voorvaders, namelijk Thomas Nagel (1740-1823) en Carel van Naerssen (1754-1821), die zonder blauw bloed in hun aderen op hun manier zeker ook interessant zijn.

De verbindende schakel met Nederlandsch-Indië is zijn overgrootmoeder Henriëtte Jacoba Scherius (18851950), de erkende dochter van een zoon van de hiervoor genoemde resident Scherius. Zij werd de moeder van Waldemars grootvader van moederszijde Reinier Carel van Mansvelt (1909-1984). Haar eigen Chinese moeder kennen we door haar huwelijks- en overlijdensakte (alleen) bij haar Europese naam Caroline. Via haar vader Reinier Carel Scherius (1857-1909) en diens moeder Carolina Charlotta Nagel (1837-1905), de vrouw van de resident, komen we uit bij het echtpaar Frederik Willem Nagel (±1800-1836)-Carolina van Naerssen (±1800-1853). Frederik Willem Nagel was infanterieofficier in het Oost-Indische leger en verliet in 1833 de militaire dienst in de rang van kapitein. Over hem valt verder niet zoveel te vertellen. Hij werd waarschijnlijk op Ceylon geboren, maar zijn ouders zijn onbekend. Zijn grootvader Thomas Nagel vertrok a/b van het schip “Schagen” op 1 sept. 1763 als bombardier op een maandgage van 30 gulden in V.O.C.-dienst naar Azië. Hij werd geboren op 5 februari 1740 en gaf bij zijn indiensttreding op afkomstig te zijn uit Brunswijk. Hij overleed op 9 mei 1823 te Jaffna[patnam], gelegen op de noordpunt van Ceylon en de hoofdplaats van het gelijknamige commandement.

Links: Grafschrift van Thomas Nagel in: Journal of the Ceylon Branch of the Overlijdensbericht van Thomas Nagel in: The Asiatic Journal Royal Asiatic Society. Volume XVI. 1899-1900 (Colombo 1901) 40.
Rechts: Overlijdensbericht van Thomas Nagel in: The Asiatic Journal and Monthly Register for British India and its Dependencies Vol. XVI (July to December 1823) (Londen 1823) 519.
Overlijdensbericht van Thomas Nagel in: The Asiatic Journal van 1 november 1823.

Grootboek van het schip “Schagen”, V.O.C., inv.nr. 14476, fol. 120.

Thomas Nagel deed bij het wapen der artillerie dienst te Jaffnapatnam en was ultimo dec. 1771 en ultimo dec. 1775, respectievelijk extraordinair en ordinair vuurwerker. In 1780 en 1788 werd hij bevorderd tot respectievelijk ordinair luitenant en kapitein en in 1769 en 1771 tevens aangesteld als landmeter. In 1786 volgde zijn aanstelling tot hoofd ‘in de Wanny’ in het noorden van Ceylon. In zijn nieuwe hoedanigheid ging hij voortvarend te werk. Hij reorganiseerde het bestuur en stak veel eigen geld in het ontwikkelen van de landbouw. In 1789 bestierde hij de Wanny dan ook de facto als een privédomein. Met de gouverneur in Colombo kwam hij dat jaar voor een periode van vijf jaar overeen een deel van zijn winsten aan de V.O.C. af te staan en de salarissen van de civiele compagniesdienaren te betalen. De gages van de militairen bleven voor rekening van de V.O.C. Zijn aanpak resulteerde in een aanzienlijke toename van de padiopbrengst (250%) en daarmee ook in de opbrengst van de landrente (een tiende van de oogst in geld of natura te betalen). Bovendien verplichtte hij de bevolking twaalf dagen per jaar voor de Compagnie te werken (een praktijk die elders op Ceylon ook voorkwam). Voor elke verzuimdag moesten zij een bepaald bedrag betalen. Feitelijk kon die verplichting dus worden afgekocht. Hoewel de regering in Batavia nooit formeel akkoord is gegaan, was Nagel ten tijde van de Engelse verovering van Ceylon (1795) nog steeds heerser in zijn eigen geschapen koninkrijkje.

Ook in familiair opzicht was hij ondernemend. Hij trouwde drie maal, met Hendrina Philipina Vos, dochter van Hendrik Marten Vos en Johanna Carlier; Johanna Sophia, dochter van [Johannes] Louis Brochet de la Touperse en Ursula Magdalena Otley; en (getrouwd 23 juli 1797) Petronella Numan, weduwe van predikant Johannes Engelbert Hugonis. Volgens de berichten had hij een grote familie, maar wie zijn kinderen en kleinkinderen waren, is met uitzondering van een dochter onbekend. De vader van Frederik Willem Nagel werd vermoedelijk geboren uit het eerste huwelijk. Frederik Willem Nagel had naast een tot de verbeelding sprekende grootvader een schoonvader die eveneens niet onopgemerkt bleef. Hij heette Carel van Naerssen en was blijkens een verklaring van de stedelijke regering van Breda uit 1780 ‘van deftige familie’ en wat hemzelf betreft ‘van een goed comportement en wel sodanig dat aen ons deswegens nooit eenige de allerminste klagten zijn voorgekomen’. Datzelfde jaar vertrok hij als onderkoopman in V.O.C.-dienst naar Nederlandsch-Indië en kwam in 1781 in Batavia aan. Binnen een jaar was hij getrouwd om in 1784 met zijn echtgenote in Nederland terug te keren. In 1789 vertrok hij voor de tweede maal als onderkoopman in V.O.C.-dienst naar de Oost, echter zijn vrouw en kinderen achterlatend en ‘zich van hun verderen levensloop weinig aantrekkende’.

Zilveren theepot, vervaardigd naar aanleiding van het huwelijk (1724) van Carel van Naerssen en Johanna Catharina van der Heijden de Gouda, voorzien van hun alliantiewapen (collectie Amsterdam Museum). Zij waren de grootouders van de Carel van Naerssen die naar Nederlandsch-Indië vertrok en daar resident te Grissee was en met een Boeginese vrouw kinderen kreeg.

In 1800 werd hij benoemd tot resident te Grissee, maar in 1808 wegens zijn houding jegens de Engelsen door gouverneur-generaal Daendels ontslagen. Van 1812 tot in 1816 – dus tijdens het Engelse bestuur over Java – was hij opnieuw resident te Grissee. Na het herstel van het Nederlands gezag over Java in 1816 gaf hij die residentie aan zijn opvolger over. F. de Haan oordeelde in ‘Personalia der periode van het Engelsch bestuur over Java 1811-1816’ negatief over hem. Hij was volgens deze auteur een ‘prul’ en wel in die mate dat men zich op basis van zijn correspondentie moet afvragen ‘wat de man eigenlijk uitvoerde te Grissee; een klerk had het precies even goed gekund’. Wel was hij een ontwikkeld man, die goed Frans verstond, een ‘flinke boekerij’, ‘surgical and other instruments’ en een ‘chemisch laboratorium’ bezat. Bovendien was hij ‘zeer vermogend. Kortom, in de woorden van De Haan, ‘een dilettant geleerde, een prulambtenaar, een aangenaam mensch’. Tijdens zijn tweede periode op Java leefde Van Naerssen in concubinaat met een Boeginese vrouw. Haar naam is niet bekend, maar bij haar verwekte hij drie dochters en twee zoons. Uit zijn oudste zoon stamt een uitgebreid nageslacht. De dochters trouwden met in Azië geboren Europeanen. De jongste dochter werd de vrouw van Frederik Willem Nagel, die we hiervoor al tegenkwamen.

Concluderend kunnen we stellen dat het met Nederlandsch-Indië verbonden voorgeslacht van Waldemar Torenstra uit meer bestaat dan alleen een resident. Mannen als Thomas Nagel en Carel van Naerssen hebben eveneens bijgedragen aan zijn kleurrijke familiegeschiedenis. Over de achtergrond van zijn niet met naam bekende Boeginese voormoeder zullen we waarschijnlijk altijd in het duister tasten. Dit geldt ook voor de Chinese vrouw Caroline, zekere zolang we haar Chinese naam niet kennen.