Willem de Chauvigny de Blot werd op 5 oktober 1852 geboren te Keboemen in de residentie Bagelen als zoon van Gerrardus de Chauvigny de Blot (indigocultuur, later rooimeester Karang-Anjer) en de inlandse vrouw Ngaliem.
Op 11 augustus 1870 nam hij voor zes jaar vrijwillig dienst bij het Oost-Indisch Leger als fuselier bij het 4e bataljon infanterie. Hij nam deel aan de Tweede Atjehexpeditie (20 november 1873–26 april 1874). Tijdens de landing op 9 december 1873 raakte hij door een schampschot licht gewond. Na terugkeer werd hij bevorderd tot korporaal (1875) en fourier (1877). Op 16 september 1884 verliet hij de militaire dienst te Tegal als sergeant. Voor zijn diensten ontving hij de Atjeh-Medaille 1873–1874 (Kratonmedaille), het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven en de Zilveren Medaille voor twaalf jaar trouwe dienst.
Na zijn militaire loopbaan was hij werkzaam in de suikercultuur op Java. Van 1906 tot begin 1926 werkte hij op de suikeronderneming Pagongan bij Tegal. Op 7 januari 1891 trouwde hij te Tegal met Ambrosia Rhemrev (1870–1939); uit dit huwelijk zijn nakomelingen. Na zijn pensionering bleef hij in Tegal wonen, waar hij op 8 september 1935 overleed als gevolg van een ongeval.
Auteur: Roel de Neve. © BWNI.