De Indische roots van Louise Fresco

De Indische roots van Jesse Klaver
1 augustus 2019
De Indische roots van Geert Wilders
1 augustus 2019

De Indische roots van Louise Fresco

Inleiding

Volgens de Volkskrant behoorde zij in 2016 tot de 200 meest invloedrijke Nederlanders. De redactie zette haar op nummer 22, waarmee zij de op twee na hoogstgeplaatste vrouw was. Zowel de wetenschap, als het besturen lijken haar op het lijf geschreven. Zo was zij onder andere hoogleraar, bekleedde ze een hoge post bij de wereldvoedselorganisatie FAO en is ze momenteel bestuursvoorzitter van Wageningen University & Research. Internationaal geldt zij als een van de meest gezaghebbende deskundigen als het gaat om landbouwproductie en voedselvoorziening. Zoals de titel van dit artikel al aangeeft, gaat het hier over Louise O. Fresco. Zij werd geboren te Meppel. Hoewel die geboorteplaats dit niet direct doet vermoeden, is ook zij een Nederlander met Indische roots. Dat maakt het overigens extra bijzonder dat zij juist de tropen tot haar specialistische werkterrein maakte.

Freso’s Indische afstammingslijn loopt via haar grootvader aan moederszijde, die stamde uit een familie met de mooi klinkende naam De Braconier. Die grootvader – Abraham de Braconier – was de zoon van een koffieplanter op Java, Eduard Abraham de Braconier genaamd, en via zijn vader een kleinzoon van de inlandse vrouw Mina. Over deze vrouw is verder niets bekend en bij haar loopt de lijn naar het verleden dus dood. Eduard Abraham trouwde in 1878 een meisje Fredriks, afkomstig uit Djokjakarta. Met deze bruid betreden we de wereld van de Vorstenlandse landhuurders en vloeiden de geschiedenis van deze markante groep Europeanen op Java en Fresco’s eigen familiegeschiedenis ineen.

De vorstenlandse landhuurders waren Europeanen die sedert het begin van de negentiende eeuw van de vorsten van Soerakarta en Djokjakarta en hun familieleden voor langere tijd gronden huurden. Voor de verhuurders was dit vanwege de huurinkomsten aantrekkelijk. Soerakarta en Djokjakarta waren de twee belangrijkste inheemse rijken op Midden-Java en werden de Vorstenlanden genoemd, vandaar dat gesproken werd over de vorstenlandse landhuurders. Op de verhuurde percelen stichtten zij landbouwondernemingen die voor de Europese markt produceerden. Daarbij werden winsten gemaakt die niet zelden aanzienlijk waren. De Europese landbouwondernemingen brachten producten voort als koffie en indigo. Sommige landhuurders behoorden tot families die gedurende de meerdere generaties als planter actief waren. Deze families vormden daarmee ware plantersdynastieën. Zo ook de familie Baumgarten. Zij stamde af van Friedrich Wilhelm Baumgarten (1762-1813), die in 1784 als chirurgijn in dienst van de V.O.C. op Java arriveerde. Drie van zijn zoons en een schoonzoon werden landhuurder. Voor de familiegeschiedenis van Louise Fresco is met name de schoonzoon van belang. Hij heette Pieter Bernardus Lammers (overleden Djokjakarta 1876). Zijn dochter Johanna Wilhelmina (1828-1896) werd de moeder van het meisje Fredriks (Jurgina Augustina Josepha Fredriks), over wie hierboven werd gesproken. Zij was via haar vader en grootvader aan vaderszijde een achterkleindochter van de inlandse vrouw Malea. Ook van deze voormoeder is alleen de naam bekend. De vader van Jurgina, Willem Joseph Fredriks (overleden 1874), was, net als Pieter Bernardus Lammers trouwens, landhuurder. Het voorgaande laat zien dat de tropische landbouwproductie een belangrijke rol speelde, niet alleen in Fresco’s persoonlijke leven, maar ook in het Indische deel van haar familiegeschiedenis.