Jan Johannes Theodorus Boon (Tjalie Robinson)
geb. Nijmegen 10 januari 1911 — overl. ‘s-Gravenhage 22 april 1974
Indo-Europese voorman · oprichter Tong Tong en Pasar Malam · schrijver onder pseudoniemen Tjalie Robinson en Vincent Mahieu

Genealogische gegevens
Jan Johannes Theodorus Boon, in de Indische gemeenschap bekend als Tjalie Robinson en voor zijn literaire werk onder het pseudoniem Vincent Mahieu, geb. Nijmegen 10 januari 1911, overl. ‘s-Gravenhage 22 april 1974, zn. van Cornelis Boon (geb. ca. 1880 te Soerabaja, sergeant-instructeur KNIL, afkomstig uit een Indische tak van de Noord-Brabantse familie Boon) en Fela Robinson (geb. ca. 1885, uit een Indo-Europese familie met Engelse voorouders in moederlijke lijn).
Het gezin keerde kort na Jans geboorte terug naar Nederlandsch-Indië waar zijn jeugd zich afspeelde te Batavia, Bandoeng en omstreken; tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij geïnterneerd in Japanse kampen op Java en Birma. Eerste echtgenote: Edith de Bruijn (gehuwd 1934, gescheiden ca. 1955); uit dit huwelijk drie kinderen waaronder zoon Rogier Boon (1939–2010), ontwerper en publicist, en dochter Mieke Vincent-Boon die het Tong Tong-werk na zijn dood voortzette. Tweede echtgenote: Ellen “Lillian” Bartlema (gehuwd ca. 1955), met wie hij de jaren in Hollywood en San Francisco doorbracht.
De pseudoniem-samenstelling Tjalie (Maleis voor “kleine vriend”) en Robinson (de Britse moederlijn-naam) werd door Boon vanaf 1948 gehanteerd voor zijn journalistiek en cultuur-publicistisch werk; Vincent Mahieu reserveerde hij voor zijn meer literaire prozawerk waaronder de bundels Tjies (1955) en Tjoek (1960).
Loopbaangegevens
Onderwijzersopleiding Bandoeng begin jaren dertig.
Onderwijzer en sportleraar te Soerabaja en Batavia 1934–1942.
Geinterneerd in Japanse kampen op Java (Tjikoedapateuh, Bandoeng) en Birma (Burma-Siam-spoorlijn) 1942–1945.
Hoofdredacteur weekblad Wapenbroeders en redacteur dagblad De Vrije Pers Batavia 1945–1949.
Repatriëring naar Nederland 1954.
Oprichter en hoofdredacteur tijdschrift Tong Tong (oorspronkelijk Onze Brug / Our Bridge) vanaf 1958.
Initiatief Pasar Malam Tong Tong te ‘s-Gravenhage vanaf 1959 (sinds 1993 Tong Tong Fair).
Verblijf Hollywood en San Francisco 1962–1968 om de Indische diaspora-gemeenschap in de Verenigde Staten te organiseren; oprichter The American Tong Tong.
Terugkeer Nederland 1968; voortzetting Tong Tong-werk tot zijn dood 1974.
Onderscheidingen
Postuum: Tjalie Robinson-prijs (sinds 1985 jaarlijks toegekend door Stichting Tong Tong); naamgever van het Tjalie Robinson-cultureel centrum te ‘s-Gravenhage; in 2009 werd zijn werk in de canon van de Indische literatuur opgenomen via heruitgaven door uitgeverij Moesson.
Biografie
Indo-Europese jeugd in Nederlandsch-Indië
Hoewel formeel in Nijmegen geboren tijdens een Europees verlof van zijn ouders, beschouwde Jan Boon Nederlandsch-Indië als zijn eigenlijke geboorteland. Zijn vader Cornelis Boon was sergeant in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger; zijn moeder Fela Robinson was Indo-Europees. Het gezin keerde kort na Jans geboorte terug naar Java waar hij opgroeide te Batavia, Bandoeng en in de tussengelegen kampong-wereld die in zijn latere werk centraal zou staan. Zijn dubbele identiteit — Nederlands door naam en burgerschap, Indo-Europees door gemeenschap en levenservaring — vormt het thematisch centrum van vrijwel zijn hele literaire en publicistische werk.1
Onderwijzer, journalist en kampoverlever
Boon volgde de onderwijzersopleiding te Bandoeng en werkte vanaf de tweede helft van de jaren dertig als onderwijzer en sportleraar in Soerabaja en Batavia. Bij de Japanse inval in maart 1942 werd hij geïnterneerd; hij overleefde achtereenvolgens het kamp Tjikoedapateuh op Java en de Burma-Siam-spoorlijn (de Birma-spoorweg waar tienduizenden krijgsgevangenen omkwamen). Na de bevrijding bleef hij in Indië en werkte als hoofdredacteur van weekblad Wapenbroeders en als redacteur bij dagblad De Vrije Pers Batavia. In deze periode schreef hij de eerste bijdragen onder het pseudoniem Tjalie Robinson over het kampong-leven van het na-oorlogse Batavia.
Repatriëring en oprichting Tong Tong
In 1954 repatrieerde Boon naar Nederland, waar hij — net als duizenden Indo-Europese landgenoten — geconfronteerd werd met onbegrip en assimilatie-druk vanuit een naoorlogs Nederland dat de Indische gemeenschap niet wilde of kon erkennen als culturele eenheid. Vanuit die ervaring richtte hij in 1958 het tijdschrift Tong Tong op (aanvankelijk getiteld Onze Brug / Our Bridge, vanaf 1959 hernoemd), een tweetalig blad dat zich expliciet richtte op de Indische gemeenschap in Nederland en in de Indische diaspora wereldwijd. Het werd een vehicle voor het bewaren en doorgeven van Indische taal, gewoonten, recepten, herinneringen en literatuur.2
In 1959 lanceerde hij parallel daaraan de Pasar Malam Tong Tong te ‘s-Gravenhage, een jaarlijks Indisch cultureel-culinair festival dat sinds 1993 onder de naam Tong Tong Fair voortbestaat en tot heden één van de centrale samenkomsten van de Indische gemeenschap in Nederland is.
Hollywood-jaren en de Amerikaanse Indische diaspora
Tussen 1962 en 1968 verbleven Boon en Lillian Bartlema in Hollywood en San Francisco, met als motief het organiseren van de Indische diaspora-gemeenschap in de Verenigde Staten waar duizenden Indo-Europese gezinnen na de soevereiniteitsoverdracht en de paspoortenkwestie waren neergestreken. Hij richtte het tijdschrift The American Tong Tong op en bouwde een netwerk dat tot heden in delen van Californië voortleeft. Het experiment leerde hem dat de Indische identiteit niet was gebonden aan Nederland of Indië maar in elke diaspora-context opnieuw moest worden uitgevonden. Na zijn terugkeer naar Nederland in 1968 hervatte hij de Tong Tong-redactie tot zijn dood in 1974.
Schrijverschap onder Vincent Mahieu
Voor zijn meer literaire prozawerk hanteerde Boon vanaf 1955 het pseudoniem Vincent Mahieu. Onder die naam verschenen Tjies (1955) en Tjoek (1960), bundels korte verhalen over het kampong-leven, de jacht, het Indo-Europese huishouden en het verlies van Indië. De Mahieu-stijl is rauwer, lyrischer en minder publicistisch dan de Tjalie Robinson-columns en wordt in de Nederlandse Indische literatuur gerekend tot de meest oorspronkelijke prozaprestatie van de na-oorlogse generatie. Piekerans van een straatslijper (1952) en Tjalie Robinson, the Indo writer (heruitgave 2008) ontsluiten zijn columns en essay-werk voor het brede publiek.3
Overlijden en plaats in de Indische canon
Tjalie Robinson overleed op 22 april 1974 te ‘s-Gravenhage, drieenzestig jaar oud. Zijn nalatenschap wordt beheerd door Stichting Tong Tong onder leiding van zijn dochter Mieke Vincent-Boon. Zijn werk werd in 2009 opgenomen in de canon van de Indische literatuur door uitgeverij Moesson; in 1985 werd de Tjalie Robinson-prijs ingesteld voor verdiensten aan de Indische gemeenschap. Voor de Indo-Europese gemeenschap geldt hij als de definiërende voorman van de twintigste eeuw — degene die de Indische identiteit van een persoonlijke ervaring tot een collectieve culturele beweging maakte.
Bronnen en literatuur
- ‘Tjalie Robinson’, Wikipedia (Nederlandstalig) — nl.wikipedia.org →
- W. Willems, Tjalie Robinson: biografie van een Indo-schrijver, Amsterdam: Bert Bakker, 2008 (standaardbiografie).
- Tjalie Robinson, Verzameld werk in heruitgaven door uitgeverij Moesson, sinds 2009; en Vincent Mahieu, Tjies (1955) en Tjoek (1960), heruitgaven Nijgh & Van Ditmar.
- Stichting Tong Tong, archief en jaargangen tijdschrift Tong Tong 1958-heden — tongtong.nl →
- KITLV-fotocollectie, beeldreferentie 18084 voor het bovenstaande portret.
- Wikidata, entiteit Q2318553 — wikidata.org →

