Dit lemma beperkt zich tot Bibebs Indië-jaren (1937–1945). Voor haar volledige biografie, in het bijzonder haar naoorlogse loopbaan als interviewster bij Vrij Nederland, zij verwezen naar het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland en de biografie van Akkermans en Menkhorst (2017).1,2

Vroege loopbaan en huwelijk in Medan

Elisabeth Maria Soutberg, in haar kleutertijd door zichzelf ‘Bibeb’ genoemd omdat zij haar eigen naam Elisabeth niet kon uitspreken, werd op 15 juni 1914 te Sloten in Noord-Holland geboren als dochter van handelsagent Willem Jan Cornelis Soutberg en Maria Anna Elisabeth van der Heijden.1,2 Zij begon haar journalistieke loopbaan in 1931, zeventien jaar oud, en schreef voor bladen van De Nieuwe Pers, in het bijzonder voor het Haarlems Dagblad. Daar leerde zij in 1933 haar eerste echtgenoot kennen, de journalist en hoofdredacteur Walther Schaper.1

Toen Schaper in 1936 een aanstelling kreeg als hoofdredacteur bij De Sumatra Post te Medan, reisde Elisabeth hem op 19 mei 1937 achterna; op 6 juli 1937 trouwde het paar te Medan.1,2

Journalistiek in Nederlandsch-Indië

In Medan begon Soutberg voor De Sumatra Post een vrouwen-, kinder- en moderubriek; zij schreef daarnaast voor het maandblad Oké. Haar bijdragen behandelden onder meer het leven aan het hof van de Sultan van Deli, de positie van vrouwen in de Sumatraanse samenleving en de cultuurverschillen tussen Oost en West, in een toon waarin reeds elementen van haar latere stijl — nieuwsgierigheid, oog voor het ongezegde — herkenbaar zijn.2 Zij vergezelde in deze jaren regelmatig de Indische ondernemers- en bestuurselite van Noord-Sumatra in haar verslagen.

Internering 1942–1945

Na de Japanse inval van januari 1942 werden Schaper en Soutberg met hun zoon Wouter geïnterneerd. Zij verbleven achtereenvolgens in het kamp Poeloe Brayan bij Medan en in het beruchte Aek Pamienke, een kamp van rotanschuren in Noord-Sumatra waar de vrouwelijke geïnterneerden te werk werden gesteld.2 Anders dan veel naoorlogse Indische auteurs zou Bibeb haar interneringsjaren in haar latere journalistiek werk niet expliciet thematiseren; in interviews die zij zelf in 1964 en 1998 aan collega’s gaf liet zij zich uiterst spaarzaam over de periode uit, in lijn met haar levenslange weerzin tegen autobiografische uiting.1,3

Repatriëring en breuk met Schaper

Na de bevrijding van 1945 repatrieerde het gezin naar Nederland. Het huwelijk met Schaper bleek de oorlog niet te overleven; zij raakten van elkaar vervreemd, hun dochter Preja werd kort na de oorlog geboren, en in de winter van 1949 verliet Schaper het gezin. De scheiding werd op 16 augustus 1950 te Den Haag uitgesproken.2

Bibeb ontmoette in deze jaren de kunstschilder George Lampe, met wie zij op 11 juli 1952 te Den Haag huwde en de naam Lampe-Soutberg ging voeren. Begin jaren vijftig trad zij in dienst bij weekblad Vrij Nederland, waar zij onder het pseudoniem Bibeb tot 1997 het portretterende interview tot een eigen literair-journalistiek genre zou ontwikkelen, met circa zeshonderd interviews waaronder die met Pablo Picasso, Brigitte Bardot, Federico Fellini, Marcello Mastroianni en Roald Dahl.1,4 Voor haar oeuvre ontving zij de Lucas Oomsprijs (1975), de Victorine Heftingprijs (1997) en de Tegel (2008). Zij overleed op 18 januari 2010 te Scheveningen, vijfennegentig jaar oud.1