Soerabaja-jeugd en Jappenkamp

Elisabeth Maria Soutberg werd op 15 juni 1914 geboren in Soerabaja (Surabaya), de havenstad op Oost-Java, in een Indo-Europees gezin. Haar jeugd in de Indische gemeenschap van Soerabaja vormde de culturele bagage waarmee zij later in haar journalistieke werk Nederland zou kunnen waarnemen vanuit een buitenstaanders-perspectief. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd zij door de Japanse bezetter geïnterneerd in een vrouwenkamp; haar overleving van die periode behoorde tot de vormende ervaringen die haar latere oog voor het kwetsbare in haar interview-onderwerpen verklaarbaar maakte.1

Vrij Nederland en het Bibeb-interview

Na de oorlog en repatriëring vestigde Soutberg zich in Nederland. In 1955 trad zij in dienst bij weekblad Vrij Nederland, waar zij onder het pseudoniem Bibeb een geëvolueerde stijl van diepgravende interviews ontwikkelde. Haar gesprekken met Hermann Hesse, Iris Murdoch, Salman Rushdie, Carl Jung, Renate Rubinstein, Hugo Brandt Corstius, vele Nederlandse politici en kunstenaars werden in zorgvuldig literair bewerkte vorm gepubliceerd. Bibeb’s methode kenmerkte zich door uitgebreide voorbereiding, urenlange gesprekken, en een schrijfwijze waarin de interviewer niet onzichtbaar wordt maar als attente getuige aanwezig blijft.2

De interviews werden in vele bundels herdrukt: Bibeb interviewt, Bibeb in actie, Wie ik ontmoette, en in latere bloemlezingen. Voor de Nederlandse interviewjournalistiek geldt zij als gangmaker van een cultureel-literair genre dat eerder in Frankrijk en Amerika bekend was maar in Nederland door haar werk een eigen vorm kreeg.

Indië-band en latere jaren

Anders dan veel Indische repatrianten thematiseerde Bibeb haar Indië-achtergrond niet expliciet in haar journalistiek werk; ze gebruikte haar tropische jeugd echter wel als bron van inzicht in macht, kwetsbaarheid en taalvermogen. In interviews die ze zelf gaf liet zij zich meermaals uit over de Soerabajaanse jaren en de kampperiode als vormende ervaringen. Zij overleed op 18 januari 2010 te Amsterdam, vijfennegentig jaar oud.

Voor het BWNI is zij niet alleen een Indo-Europese cultuurjournaliste die haar plaats in de Nederlandse media veroverde, maar ook een verteller-getuige van de Indische gemeenschap voor wie de oorlogservaring centraal staat. Haar persoonlijke archief en correspondentie bevinden zich bij het Letterkundig Museum te Den Haag.