Afkomst en jeugd

Adolf Louis Peter werd op 17 oktober 1862 geboren te Pasoeroean op Oost-Java, als tweede kind van Johan Hendrik Peter en Maria (Mary) Marchal. Zijn vader was een uit Rotterdam afkomstige ambtenaar die zich op de hoofdplaatsen Makasser, Semarang, Pasoeroean en Cheribon achtereenvolgens had ontwikkeld tot kantoorhouder van handelshuizen, commissaris van de Javasche Bank en agent van de Nederlandsche Handel-Maatschappij; hij was daarnaast kapitein-commandant van de schutterij te Cheribon (1866–1869). Zijn moeder Maria Marchal was de tweede dochter van de Brit Francis Ord Marshall en diens Chinese concubine Teh Ing Nio. Adolf Louis was daarmee een rechtstreekse kleinzoon van het Indisch stamouderpaar en behoorde tot de eerste volwaardig in Nederlandsch-Indië opgegroeide generatie van deze familie. Zijn vader overleed in 1881 te Batavia; Adolf Louis was toen achttien jaar.

Agent voor P. Buwalda (1891–1893)

In 1891 trad hij toe tot de onderneming van zijn aangetrouwde neef Pieter Buwalda — gehuwd met zijn nicht Marie Johanne Catherine Dessauvagie — als agent voor diens houthandel te Batavia. De firma P. Buwalda & Co. was op dat moment één van de grotere Javase djatihoutondernemingen, met grote concessies voor de houtexploitatie in de bossen van de residenties Semarang en Madioen, en met belangrijke contracten voor de levering van spoorwegdwarsliggers onder meer aan de Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij in Transvaal. Peter leerde er de djatihoutbranche grondig kennen, en kreeg toegang tot het netwerk van residenten, concessieambtenaren en aannemers dat voor latere eigen ondernemingen onmisbaar zou blijken. Op eigen verzoek werd zijn procuratie op P. Buwalda & Co. op 10 april 1893 ingetrokken.

Mijnbouw en stoomtramwegen in de residentie Rembang (1895–1899)

Vanaf 1895 ontwikkelde hij zelf ondernemersinitiatieven. In februari 1895 verkreeg hij toestemming tot mijnbouwkundige opsporingen in Djepon (residentie Rembang) — in dezelfde regio als waar P. Buwalda zijn djatibosconcessies had. Het was de periode waarin de koloniale overheid systematisch de Javase ondergrond in kaart liet brengen, in de verwachting op olie-, ijzer- en andere delfstoffen te stuiten. In 1896 verkreeg hij bovendien concessie voor de aanleg en exploitatie van een stoomtramweg van Rembang over Blora naar Ploentoeran in de residentie Rembang — een infrastructuurproject bedoeld om de houtregio’s rond Blora op het kustvervoer aan te sluiten. Een dergelijke concessie werd doorgaans pas verleend aan ondernemers met aantoonbaar kapitaal en expertise; Peter verkreeg deze op 33-jarige leeftijd, wat wijst op stevige financiële rugdekking vanuit de hem omringende Indische handelsnetwerken.

Sintang, Batavia-Borneo en de Tjermai-maatschappij (1899–1925)

In juli 1899 ondertekende hij een overeenkomst met de rijksgrooten van het rijkje Sintang in de Westerafdeling van Borneo voor mijnbouwkundige onderzoekingen in hun gebied. De goedkeuring van het gouvernement volgde nog dezelfde maand. Dit was de periode waarin Nederlandse ondernemers de nog grotendeels onontgonnen binnenlanden van Centraal-Borneo gingen verkennen — de Borneo-expeditie van 1893–1894 onder G.A.F. Molengraaff had de weg gebaand. Op basis van deze concessie werd in 1899 de Mijn- en Landbouw Maatschappij Batavia-Borneo opgericht, met Peter als directeur te Batavia. In de daaropvolgende jaren combineerde hij dit directoraat met werkzaamheden als houtcontractant te Batavia (1901, 1903–1906) en als gemachtigde van de Borneo Company Limited te Bodjonegoro (1907) en Soerabaja (1908–1909), een dochter van een groot Brits handelshuis dat vanuit Singapore in Borneo opereerde.

In 1902 werd hij mede-directeur van de te Arnhem gevestigde Handel-, Mijn- en Bosch Exploitatie Maatschappij Tjermai, genoemd naar de gelijknamige vulkaan op West-Java. In 1910 werd hij enig directeur van deze vennootschap, een functie die hij tot 1925 zou bekleden. Adolf Louis Peter overleed op 18 januari 1926 te Weltevreden, op 63-jarige leeftijd. Zijn echtgenote Anna Maria Boers overleefde hem negen jaar en stierf te Batavia op 7 januari 1935.