Afkomst en jeugd in het Riouwse

Johan Frederik Enkoroma Coffie werd op 12 januari 1893 geboren te Tandjong Pinang, de hoofdplaats van de residentie Riouw en Onderhorigheden op het eiland Bintan. Zijn vader, Johannes Josephus Enkoroma Coffie, was destijds werkzaam als klerk op het residentiekantoor te Riouw; zijn moeder was Maria Louisa Abrahams, geboren te Batavia. Via zijn vader droeg Johan Frederik de Afrikaanse naam Enkoroma Coffie, teruggaand op een grootvader die als K.N.I.L.-militair van de Goudkust (het huidige Ghana) naar Nederlandsch-Indië was gekomen. Via zijn moeder was hij via de vrouwelijke lijn tevens verwant aan de Afrikaanse fuselier [Jacob] Osankje, eveneens een voormalig K.N.I.L.-militair.

Johan Frederik was het zesde kind en groeide op in een gezin met elf kinderen, waarvan meerdere hun loopbaan verbonden met de Oostkust van Sumatra. Zijn vader had in de jaren negentig van de negentiende eeuw op de Oostkust van Sumatra gediend als klerk en griffiemedewerker te Serdang en Medan, en de familie vestigde zich definitief in dat gewest. Johan Frederiks oudere broer Joachim Amasus Lucius trad in dienst bij de Deli Spoorweg Maatschappij; zijn broer Alardus Josephus eveneens. Johan Frederik zelf koos voor de gouvernementsdienst en begon in 1911 zijn loopbaan bij de belastingdienst.

Loopbaan bij de belastingdienst (1911–1950)

Johan Frederiks loopbaan bij de Indische belastingdienst strekte zich uit over bijna vier decennia. Hij begon in 1911 als belastingambtenaar in de laagste rangen en klom via de functies van ondercommies (1919) en commies (1919) op naar adjunct-controleur en uiteindelijk controleur. In 1920 werd hij als ambtenaar ter beschikking geplaatst bij bet belastingkantoor te Medan met een salaris van 300 gulden per maand. Twee jaar later, in 1922, volgde zijn tijdelijke aanstelling als adjunct-controleur.

In 1926 ontving hij wegens langdurige dienst toekenning van een jaar Europees verlof, dat hij in 1927 opnam. Na zijn terugkeer uit verlof in datzelfde jaar werd hij als adjunct-controleur geplaatst op het inspectiekantoor te Medan. In oktober 1928 volgde een overplaatsing als controleur naar het inspectiekantoor te Padang op Sumatra’s Westkust, maar op zijn eigen verzoek werd die plaatsing nog in 1928 ingetrokken, waarna hij te Medan bleef. Omstreeks 1930 trad hij op als waarnemend controleur; in 1931 werd hij definitief benoemd als controleur te Medan. In 1937 of 1938 werd hij onderscheiden met het Ridderschap in de Orde van Oranje-Nassau (R.O.N.), een koninklijke decoratie die in Nederlandsch-Indië dikwijls werd verleend aan ambtenaren bij bijzondere verdienste. In 1938 volgde zijn benoeming als controleur te Batavia; in 1940 keerde hij terug naar Medan.

De Japanse bezetting van Nederlandsch-Indië in 1942 onderbraken zijn dienstverband. Verschillende van zijn familieleden kwamen in die jaren om het leven: zijn broer René Benjamin stierf in 1944 als krijgsgevangene in Thailand, en zijn broer Erik Joseph overleed in 1945 in de Soekamiskingevangenis te Bandoeng. Johan Frederik zelf overleefde de bezetting. In juli 1950, na de soevereiniteitsoverdracht, ontving hij eervol ontslag uit de Indonesische dienst. Hij bleef in Indonesië wonen; in juni 1971 werd hij aldaar nog aangetroffen.

Huwelijk en latere jaren

Op 8 oktober 1926 huwde Johan Frederik te Medan de inlandse vrouw Isah, die zich Si Piet noemde. Zij was geboren omstreeks 1895 te Loeboek Pakam op de Oostkust van Sumatra en overleed te Medan op 5 januari 1959. Over kinderen uit dit huwelijk zijn in de beschikbare bronnen geen gegevens aangetroffen. Na zijn eervol ontslag in 1950 verbleef Johan Frederik Enkoroma Coffie in Indonesië. In juni 1971, ruim twintig jaar na de onafhankelijkheid, woonde hij daar nog altijd. Zijn verdere levenslot en overlijdensdatum zijn niet vastgesteld.