Johan Willem (Pim) de Bruyn Kops
Genealogische gegevens
(zn. van Dr. Johan Hendrik (Henri) de Bruijn Kops, hoofdgouvernementsarts te Cheribon en inspecteur Dienst der Volksgezondheid, en Maria Elisabeth (Rietje) Extra; kleinzoon in vaderlijn van George François (Frans) de Bruyn Kops, R.N.L., C.O.O.N., resident van Bali en Lombok en van Riouw en Onderhorigheden; achter-achterkleinzoon van Francis Ord Marshall (1810–1870), eigenaar en architect van suikerondernemingen bij Semarang, en diens Chinese concubine Teh Ing Nio),
overl. Hilversum 4 febr. 2008.
Nederlandsch Lyceum ’s-Gravenhage; ontsnappingspoging vanuit Katwijk naar Engeland mei 1942 (mislukt); vlucht via België, Frankrijk, Spanje, Curaçao, V.S. en Canada; aankomst Engeland 17 dec. 1942; reserve-sergeant-vlieger Marine Luchtvaartdienst; 50 bombardementsvluchten met North American B-25 Mitchell boven Duitsland en bezet Nederland 1943–1945 (320 Dutch Squadron RAF); vlieginstructeur tijdens militaire dienstplicht na de oorlog; koopman Houthandel Jongeneel, Utrecht 1948; directeur Fijnhouthandel, Amsterdam; referendaris Bureau Codificatie Ministerie van Defensie, ’s-Gravenhage 1971 tot pensionering; reserve-kapitein-vlieger Koninklijke Luchtmacht.
Onderscheidingen: Kruis van Verdienste (K.B. 25 febr. 1943); Vliegerkruis (K.B. 12 mei 1945); Verzetsherdenkingskruis.
Afkomst en jeugd
Johan Willem — Pim — de Bruyn Kops werd op 10 juli 1922 te Batavia geboren als oudste zoon van dr. Johan Hendrik (Henri) de Bruyn Kops, destijds gouvernementsarts bij de Burgerlijke Gezondheidsdienst, en Maria Elisabeth (Rietje) Extra. Zijn vader zou achtereenvolgens hoofdgouvernementsarts te Cheribon en inspecteur bij de Dienst der Volksgezondheid op Midden-Java worden; zijn grootvader George François de Bruyn Kops diende als resident van Bali en Lombok en van Riouw en Onderhorigheden, en was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In vrouwelijke lijn stamde hij, via zijn overgrootmoeder Fanny Marchal, af van de Brit Francis Ord Marshall en diens Chinese concubine Teh Ing Nio, het Indisch stamouderpaar te Semarang uit het midden van de negentiende eeuw. Na repatriëring van het gezin vanwege het verlof en herplaatsing van zijn vader bracht hij zijn middelbareschooltijd door op het Nederlandsch Lyceum te ’s-Gravenhage.
Engelandvaart (mei–december 1942)
In het voorjaar van 1942 probeerde hij, samen met drie medescholieren van het Nederlandsch Lyceum — Govert van den Bosch, Oscar de Brey en Frederik Trip — vanuit Katwijk naar Engeland over te steken. Het plan was om door het tunneltje van het Zeehospitium met bootjes het strand te bereiken, maar de bootjes werden door de Duitsers voortijdig ontdekt en de overtocht werd afgebroken. Samen met zijn vriend Oscar de Brey koos hij vervolgens voor de zuidelijke route: via België, Frankrijk en Spanje wist hij door te dringen tot de Atlantische kust, vervolgens via Curaçao en de Verenigde Staten naar Canada, om op 17 december 1942 eindelijk Engeland te bereiken. De tocht had ruim zeven maanden geduurd en omvatte onder meer een periode van gevangenschap in Frankrijk. In een Koninklijk Besluit van 25 februari 1943 werd hem het Kruis van Verdienste verleend, met het citaat: ‘Wegens het beleidvol voorbereiden en uitvoeren van een plan tot ontsnapping uit bezet Nederland waarna, na vele moeilijkheden te hebben ondervonden, Engeland werd bereikt.’
320 (Dutch) Squadron RAF
In Engeland werd hij als reserve-sergeant-vlieger opgeleid bij de Marine Luchtvaartdienst en na zijn opleiding toegewezen aan het No. 320 (Dutch) Squadron Royal Air Force — het Nederlandse marinesquadron dat met Amerikaanse North American B-25 Mitchell-bommenwerpers opereerde vanuit Engelse bases. Tussen 1943 en de bevrijding voerde hij vijftig bombardementsvluchten uit boven bezet Nederland en Duitsland. Bij Koninklijk Besluit van 12 mei 1945 werd hem door koningin Wilhelmina het Vliegerkruis verleend, met het citaat: ‘Gedurende geruimen tijd bij het 320ste Squadron R.D.N.A.S. van Onzen Marine Luchtvaartdienst in het Vereenigd Koninkrijk, in oorlogsvluchten tegen den vijand, blijk gegeven van moed, bekwaamheid, volharding en plichtsbetrachting.’ Daarmee behoort hij tot de circa 735 dragers van het Vliegerkruis dat na zijn instelling in 1941 werd uitgereikt.
Na de oorlog: houthandel, Defensie en reservedienst
Na de Duitse capitulatie vervulde hij zijn resterende militaire dienstplicht als vlieginstructeur. Hij koos daarna niet voor een militaire carrière maar voor de houthandel: in 1948 trad hij als koopman in dienst bij Houthandel Jongeneel te Utrecht, en later werd hij directeur van de Fijnhouthandel te Amsterdam. Vanaf 1971 tot aan zijn pensionering was hij werkzaam als referendaris bij het Bureau Codificatie van het Ministerie van Defensie te ’s-Gravenhage. Hij bleef reservist en klom op tot reserve-kapitein-vlieger der Koninklijke Luchtmacht. Op 5 juli 1952 huwde hij te Bloemendaal Sophia Frederika (Fiet) van Marken, geboren te Semarang — als hij zelf van Indische afkomst. Hij overleed te Hilversum op 4 februari 2008, op 85-jarige leeftijd. Zijn echtgenote Fiet overleefde hem acht jaar.
Martens/Ravestijn Een Engelsman op Java (2019, generatie Ve) vermeldt hem als vlieger bij het 321 Squadron en noemt als geboortedatum 10 juni 1922. Beide gegevens zijn onjuist: Ministerie van Defensie (Databank Dapperheidsonderscheidingen), NIMH, TracesOfWar en Oorlogsbronnen vermelden eenstemmig 320 (Dutch) Squadron RAF en 10 juli 1922. Het 321 Squadron vloog met Catalina- en Liberatorvliegboten vanuit Ceylon — een geheel andere eenheid.
Bronnen en literatuur
- Ministerie van Defensie, Databank Dapperheidsonderscheidingen (Nederlands Instituut voor Militaire Historie), lemma ‘Bruyn Kops, J.W. de’ (K.B. 25 febr. 1943 en K.B. 12 mei 1945).
- TracesOfWar.nl, profiel ‘Bruyn Kops, de, Jan Willem “Pim”’ — tracesofwar.nl/persons/39302 →.
- Netwerk Oorlogsbronnen, profiel Pim de Bruyn Kops (oorlogsbronnen.nl).
- H.G. Meijer en R. Vis, Het Vliegerkruis. Voor initiatief, moed en volharding. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 1997.
- E. van Loo, Eenige Wakkere Jongens. Nederlandse oorlogsvliegers in de Britse luchtstrijdkrachten 1940–1945. Boom, 2013.
- P.J.C. Martens en R.S. Ravestijn, Een Engelsman op Java: Francis Ord Marshall en zijn voor- en nageslacht. Reeks Monografiëen IGV, deel 1. IGV, ’s-Gravenhage 2019, generatie Ve — met correcties squadron-aanduiding en geboortedatum.
Auteur: Ralph S. Ravestijn. © BWNI. In bronvermeldingen aan te halen als: Ravestijn, Ralph S., ‘Biografisch Woordenboek van Nederlandsch-Indië’, indischgenealogischerfgoed.nl/bwni/de-bruyn-kops-johan-willem-pim/

