Dr. Johan Hendrik (Henri) de Bruijn Kops
Genealogische gegevens
(zn. van George François de Bruyn Kops, R.N.L., C.O.O.N., resident van Bali en Lombok en van Riouw en Onderhorigheden, en Gustavine Susanne Peter — dr. van Adrianus Jacobus Cornelis Anemaet, eerste luitenant infanterie O.I.L., en Fanny Marchal, kleindochter van Francis Ord Marshall (1810–1870), eigenaar en architect van suikerondernemingen bij Semarang, en diens Chinese concubine Teh Ing Nio),
overl. ’s-Gravenhage 16 maart 1969.
Rijksuniversiteit Utrecht 1907–1917: propedeutisch examen oktober 1907, theoretisch examen december 1914, artsexamen februari 1917; uitgeschreven naar Batavia 9 mei 1921; waarn. gouvernementsarts Burgerlijke Gezondheidsdienst, Benkoelen 24 juni 1921 en Padang 1924; waarn. gouvernementsarts 1e klasse 30 jan. 1926; gouvernementsarts 1e klasse 17 juli 1926 (wedde 800 gld/mnd 1 nov. 1927); Europees verlof nov. 1927 – juni 1928; fung. gewestelijk leider Dienst der Pestbestrijding, residentie Cheribon, standplaats Indramajoe, 23 juli 1928; hoofdgouvernementsarts Cheribon op 1.050 gld/mnd 31 maart 1933; Europees verlof sept. 1934 – apr. 1935; herbenoemd Cheribon + onderwijs verbandleer en EHBO staatsspoorwegen 8 nov. 1935; hoofdresidentie-arts provinciale dienst volksgezondheid Midden-Java, standplaats Poerwokerto, 25 jan. 1937; inspecteur Dienst der Volksgezondheid, ter beschikking provincie Midden-Java, 1.000 gld/mnd 30 mei 1939; ondervoorzitter Centraal Genootschap voor Kinderherstellings- en Vacantiecolonies nov. 1941; ingeschreven Hilversum (komende uit Semarang) 27 dec. 1946; daarna in Nederland werkzaam als arts.
1. Johan Willem (Pim) de Bruyn Kops (1922–2008), Engelandvaarder, oorlogsvlieger 320 (Dutch) Squadron RAF, drager van Kruis van Verdienste (1943), Vliegerkruis (1945) en Verzetsherdenkingskruis, reserve-kapitein-vlieger Koninklijke Luchtmacht; tr. Bloemendaal 5 juli 1952 Sophia Frederika (Fiet) van Marken. Zie afzonderlijk BWNI-lemma.
2. Hendrik Frans (Hans) de Bruyn Kops (1926–2010), employé General Motors te Toronto; tr. Toronto 12 dec. 1952 Charlotte Louise van der Mey.
Afkomst en jeugd
Johan Hendrik — Henri — de Bruijn Kops werd op 25 juni 1888 geboren te Benkoelen op Sumatra’s Westkust, als tweede zoon van de toen aldaar gestationeerde controleur George François de Bruyn Kops en Gustavine Susanne Peter. Zijn vader zou opklimmen tot resident van Bali en Lombok (1905–1909) — onder wiens bestuur de Bali-expeditie van 1906–1908 viel — en daarna van Riouw en Onderhorigheden. Via zijn grootmoeder Fanny Marchal stamde Henri in vierde generatie af van de Brit Francis Ord Marshall en diens Chinese concubine Teh Ing Nio, het Indisch stamouderpaar te Semarang uit het midden van de negentiende eeuw. Hij was een jongere broer van Frans de Bruyn Kops (1886–1979), die als lid van het Nederlands elftal op de Olympische Spelen van 1908 te Londen de bronzen medaille veroverde en later directeur van het Departement van Financiën en lid van de Raad van Nederlandsch-Indië zou worden.
Studie geneeskunde te Utrecht (1907–1917)
Hij studeerde aan de Rijksuniversiteit Utrecht en voltooide daar achtereenvolgens het propedeutisch examen natuurkunde (oktober 1907), het theoretisch examen geneeskunde (december 1914) en het artsexamen (februari 1917). De lange studieduur was voor Indische medici van zijn generatie niet ongebruikelijk: een deel van de studenten combineerde de studie met stages en practica in de tropische geneeskunde, en de Eerste Wereldoorlog bemoeilijkte bovendien de logistiek. Op 29 maart 1921 trouwde hij te Velsen met de negentienjarige Maria Elisabeth (Rietje) Extra, uit een onderwijzersgezin uit Losser. Op 9 mei 1921 werd hij uit Utrecht uitgeschreven naar Batavia.
Gouvernementsarts Benkoelen en Padang (1921–1927)
Op 24 juni 1921 werd hij benoemd tot waarnemend gouvernementsarts bij de Burgerlijke Gezondheidsdienst op 750 gulden per maand, werkzaam gesteld te Benkoelen — zijn eigen geboorteplaats. Het was een klassieke aanstelling voor een beginnend Indisch gouvernementsarts: in de Buitengewesten deden jonge artsen een breed scala aan werkzaamheden, van poliklinische zorg tot pokkenvaccinatie en tropenhygiëne. In 1924 werd hij overgeplaatst naar Padang, waar hij in januari 1926 werd bevorderd tot waarnemend gouvernementsarts eerste klasse en in juli van dat jaar definitief benoemd. In november 1927 vertrok hij op zijn eerste Europees verlof.
Pestbestrijding in Indramajoe (1928–1933)
Het keerpunt in zijn loopbaan kwam op 23 juli 1928, toen hij werd aangesteld als fungerend gewestelijk leider bij de Dienst voor de Pestbestrijding in de residentie Cheribon, met als standplaats Indramajoe. Deze functie plaatste hem in de frontlinie van een van de grootste volksgezondheidscampagnes van het koloniale bestuur: de pest-epidemie die in de periode 1911–1926 naar schatting 120.000 slachtoffers had geëist, vooral op Java. Onderzoek had uitgewezen dat de bruine rat (Rattus rattus) in de holten van bamboe woningsegmenten de pest verspreidde, en de Dienst der Pestbestrijding liet daarom op grote schaal woningen vervangen door constructies van steen, cement en massief hout — in totaal meer dan anderhalf miljoen huizen. Cheribon en Indramajoe behoorden tot de zwaarst getroffen residenties. Als gewestelijk leider coördineerde hij de medische component van dit werk: surveillance, ratvangcampagnes, desinfectie van besmette haarden en vaccinaties. Op 31 maart 1933 werd hij bevorderd tot hoofdgouvernementsarts te Cheribon.
Midden-Java en de Dienst der Volksgezondheid (1935–1941)
Na een tweede Europees verlof in 1934–1935 werd hij in Cheribon herbenoemd en tevens belast met het geven van onderricht in verbandleer, eerste hulp bij ongelukken en ontsmettingsleer aan het personeel van de Staatsspoorwegen aldaar. Op 25 januari 1937 volgde zijn benoeming tot hoofdresidentie-arts bij de provinciale dienst van de volksgezondheid van Midden-Java, standplaats Poerwokerto. Op 30 mei 1939 werd hij inspecteur bij de Dienst der Volksgezondheid, ter beschikking gesteld van de provincie Midden-Java, op een wedde van 1.000 gulden per maand. In november 1941 werd hij ondervoorzitter van het Centraal Genootschap voor Kinderherstellings- en Vacantiecolonies in Nederlandsch-Indië — een organisatie die bijzonder op jonge tuberculose- en anemiëpatiënten was gericht.
Oorlogsjaren, repatriëring en laatste jaren
Tijdens de Japanse bezetting bleef hij op Midden-Java. Bijzonder aangrijpend moet voor hem zijn geweest dat zijn oudste zoon Pim, die al in 1941 naar Nederland was gegaan om te studeren, zich vanuit bezet Nederland op een ontsnappingsroute naar Engeland begaf en daar als oorlogsvlieger bij het 320 (Dutch) Squadron RAF diende — een informatievoorziening die door de oorlog uiteraard fragmentarisch was. Na de bevrijding werd hij op 27 december 1946, komende uit Semarang, ingeschreven te Hilversum. Hij vestigde zich later in ’s-Gravenhage, waar hij nog enige tijd praktijk hield als arts. Hij overleed aldaar op 16 maart 1969, op 80-jarige leeftijd. Zijn tweede echtgenote Frida Plas overleefde hem achtentwintig jaar.
Bronnen en literatuur
- Stamboekkaart van Johan Hendrik de Bruijn Kops, Nationaal Archief, Stamboekkaarten burgerlijke ambtenaren in Nederlandsch-Indië, inv.nr. 19, scan 61.
- H.W.M. Hüsken-Nillissen en D. de Moulin, ‘De Dienst der Volksgezondheid in Nederlandsch-Indië; een terugblik’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 30 december 1986.
- N.H. Swellengrebel, ‘Het vraagstuk der pestbestrijding in Nederlandsch-Indië’, De Gids 78 (1914), pp. 533–547.
- Dienst der Volksgezondheid Nederlandsch-Indië, film De pest op Java (1927).
- Regeerings-Almanak voor Nederlandsch-Indië, Tweede Gedeelte, jaargangen 1921–1941 (loopbaangegevens en functieaanstellingen).
- De Sumatra Post 15 nov. 1927 (vertrek Europees verlof); Algemeen Handelsblad 19 juni 1928 en 11 april 1935 (terugreizen); Haagsche Courant 21 sept. 1934 (verlof); Bataviaasch Nieuwsblad 7 nov. 1941 (Centraal Genootschap).
- P.J.C. Martens en R.S. Ravestijn, Een Engelsman op Java: Francis Ord Marshall en zijn voor- en nageslacht. Reeks Monografiëen IGV, deel 1. IGV, ’s-Gravenhage 2019, generatie IVe.
Auteur: Ralph S. Ravestijn. © BWNI. In bronvermeldingen aan te halen als: Ravestijn, Ralph S., ‘Biografisch Woordenboek van Nederlandsch-Indië’, indischgenealogischerfgoed.nl/bwni/de-bruijn-kops-johan-hendrik-henri/

