Het eerste Indisch Familieblad is verschenen — gratis te lezen en te downloaden. Lees nu → | Steun ons werk | Nieuwsbrief

Coffie, Johannes Josephus Enkoroma

Coffie, Johannes Josephus Enkoroma — BWNI — SIGE Coffie, Johannes Josephus Enkoroma - SIGE

Coffie, Johannes Josephus Enkoroma






BWNI — Johannes Josephus Enkoroma Coffie (1858–1942)


English summary ▼

Johannes Josephus Enkoroma Coffie (Tebing Tinggi, Palembang, 1858 – Medan, 1 August 1942) was a Dutch colonial government clerk, court registrar and bailiff in the residencies of Riau and Sumatra's East Coast. The son of an Akan-speaking soldier from the Gold Coast (modern Ghana) recruited into the KNIL (Royal Netherlands East Indies Army) at Elmina and a Javanese woman, he was raised in the early Indo-African (Belanda Hitam) community in colonial Netherlands East Indies. He served the colonial administration from 1884 to 1906, working as bailiff at the Tanjung Pinang landraad and registrar at the Medan and Bindjei courts, before retiring at Tebing Tinggi. His sons continued in colonial service, illustrating the multigenerational integration of Afro-Dutch families into late-colonial Indies society.

Johannes Josephus Enkoroma Coffie

geb. Tebing Tinggi (Palembang) 1858 — overl. Medan 1 augustus 1942
Gouvernementsklerk · Griffier en deurwaarder landraad Medan · Kleinzoon van Afrikaanse K.N.I.L.-militair Enkoroma Coffie

Genealogische gegevens

Johannes Josephus Enkoroma Coffie,
geb. Tebing Tinggi (Palembang) 17 aug. of 1 okt. of 27 okt. 1858
(zn. van Enkoroma Coffie, Afrikaans K.N.I.L.-militair, en inlandse vrouw Oerip),
overl. Medan (Oostkust van Sumatra) 1 aug. 1942;
tr. Batavia 9 febr. 1884
Maria Louisa Abrahams,
geb. Batavia 31 juli 1867, overl. Medan 10 juli 1941.
Maria Louisa Abrahams was een erkende dochter van Maria Wilhelmina Osankje en Willem Frederik Abrahams; haar moeder was een dochter van de Afrikaanse K.N.I.L.-soldaat [Jacob] Osankje.
Loopbaangegevens
Burgerlijk schrijver 3e klasse te Batavia 1884; klerk assistent-residentiekantoor Riouw –1888; deurwaarder bij de landraad te Tandjong Pinang (Banka en Onderhorigheden) 1888; eervol ontheven van die functie 1890; klerk residentiekantoor Riouw 1890; klerk op 100 gulden per maand te Serdang (Oostkust van Sumatra) 1898; eervol ontslag als substituut-griffier bij de landraad te Medan 1899; eervol ontslag als eerste klerk ter griffie landraden te Medan en Bindjei 1906; gepensioneerd eerste klerk, wonende te Medan 1906–1910 en Tebing Tinggi (Deli) 1910–(1941); tevens agent weeskamer aldaar 1910–(1932).

1. Joachim Amasus Lucius Enkoroma Coffie, geb. Batavia 9 febr. 1884, ambtenaar Deli Spoorweg Maatschappij, overl. ’s-Gravenhage 15 juni 1964; tr. Penang (Straits Settlements) 16 nov. 1914 Sophia Jacoba van Rosmalen, geb. Batavia 24 juli 1886, overl. ’s-Gravenhage 11 jan. 1959.

2. Alardus Josephus Enkoroma Coffie, geb. Tandjong Boeton (Riouw en Onderhorigheden) 7 sept. 1885, werkzaam bij de Deli Spoorweg Maatschappij, overl. Medan 21 aug. 1952; tr. Medan 9 febr. 1907 (echtsch. ingeschr. Loeboek Pakam 21 april 1917) Chinese vrouw Khoe Sin Nio.

3. Marinus Johannes Enkoroma Coffie, geb. Tandjong Boeton 24 nov. 1886, leerling-bankwerker Deli Spoorweg Maatschappij, overl. (verdronken) Medan 15 okt. 1905.

4. Erik Joseph Enkoroma Coffie, geb. Tandjong Pinang (Riouw en Onderhorigheden) 15 sept. 1888, Oost-Indisch ambtenaar, kantoorhoofd gewestelijk kantoor te Kota Radja (Atjeh en Onderhorigheden), overl. Bandoeng, Soekamiskingevangenis 20 febr. 1945; tr. Medan 7 juli 1921 Christine Frederika Louise Sülter, geb. Batavia 27 dec. 1888, overl. ’s-Gravenhage 21 jan. 1975.

5. Dina Catharina Enkoroma Coffie, geb. 25 dec. 1890, overl. …..; tr. Tebing Tinggi (Deli) 11 april 1915 (echtsch. ingeschr. ald. 9 aug. 1918) Johan Theodor Moritz Nagel, geb. Muntok (Banka) 21 aug. 1887, assistent te Deli, later administrateur 2e klasse gevangeniswezen, overl. Bandoeng, Soekamiskingevangenis 25 juli 1944.

6. Johan Frederik Enkoroma Coffie (R.O.N.), geb. Tandjong Pinang 12 jan. 1893, belastingcontroleur te Medan, overl. …..; tr. Medan 8 okt. 1926 inlandse vrouw Isah (zich noemende Si Piet), geb. Loeboek Pakam omstr. 1895, overl. Medan 5 jan. 1959. Afzonderlijk BWNI-lemma.

7. René Benjamin Enkoroma Coffie, geb. Tandjong Pinang 23 juni 1898, werkzaam bij de Post-, Telegraaf- en Telefoondienst en Deli Spoorweg Maatschappij, soldaat 2e klasse K.N.I.L. (stamboeknr. 97898), krijgsgevangen gemaakt 29 maart 1942, overl. Pratchapkirikan (Thailand) 15 aug. 1944; begr. Kanchanaburi War Cemetery.

8. Adee Henriette Enkoroma Coffie, geb. Medan 28 febr. 1901, overl. Diepenveen 15 aug. 1978; tr. Penang (Straits Settlements) 5 jan. 1921 Pieter Jacobus (Krul, na erkenning) Kroese, geb. ’s-Gravenhage 5 dec. 1891, sergeant infanterie O.I.L., overl. Batavia 22 febr. 1949.

9. Johannes Josephus Enkoroma Coffie [jr.], geb. Medan 27 mei 1903, overl. Medan 4 juni 1903.

10. Eugenius Carolus Enkoroma Coffie, geb. Medan 12 juni 1904, overl. Medan 25 juli 1904.

11. Ferdinand Batakus Amadeus Enkoroma Coffie, geb. Medan 13 jan. 1908, belastingambtenaar, commies te Medan, overl. ’s-Gravenhage 3 febr. 1990; tr. ’s-Gravenhage 5 aug. 1953 Annie Dorothea Coppenrath, geb. Soerabaja 23 juni 1915, dr. van Julius August Coppenrath en inlandse vrouw Satinem.

Afkomst: de Afrikaanse militaire component

Johannes Josephus Enkoroma Coffie werd geboren in Tebing Tinggi, gelegen in de residentie Palembang op Sumatra. De geboortedatum is in de bronnen niet eenduidig: opgegeven werden respectievelijk 17 augustus, 1 oktober en 27 oktober 1858, een discrepantie die bij buitenechtelijke kinderen in Nederlandsch-Indië geen uitzondering was. Zijn vader was Enkoroma Coffie, een Afrikaans K.N.I.L.-militair, en zijn moeder de inlandse vrouw Oerip. De Afrikaanse K.N.I.L.-militairen, ook wel aangeduid als Belanda Hitam (‘Zwarte Nederlanders’), waren soldaten afkomstig van de Goudkust (het huidige Ghana) die in de negentiende eeuw door de Nederlandse autoriteiten werden geworven voor dienst in Nederlandsch-Indië. De naam Enkoroma Coffie verwijst naar het Akan-taalgebied: Enkoroma is een familienaam, terwijl Coffie een vernederlandste vorm is van Kofi, een dag-naam in de Akan-cultuur voor een kind geboren op vrijdag.

Via zijn huwelijk in 1884 met Maria Louisa Abrahams werd Johannes Josephus Enkoroma Coffie verbonden met een tweede Afrikaanse militaire lijn. Maria Louisa was de dochter van Maria Wilhelmina Osankje, die op haar beurt een erkende dochter was van de Afrikaanse fuselier [Jacob] Osankje, geboren in ‘Marraboe’ in Afrika omstreeks 1818 en als soldaat in dienst gekomen bij het Oost-Indisch Leger in 1838. Osankje diende bij verschillende bataljons infanterie, nam deel aan de krijgsverrichtingen in het Palembangse (1858–1859) en ontving daarvoor de Bronzen Medaille voor Moed en Trouw. Het huwelijk van Johannes Josephus en Maria Louisa verbond aldus twee families die beide hun oorsprong hadden in de Afrikaanse militaire aanwezigheid in Nederlandsch-Indië.

Loopbaan als gouvernementsklerk en griffiemedewerker

Ten tijde van zijn huwelijk op 9 februari 1884 te Batavia was Johannes Josephus werkzaam als burgerlijk schrijver 3e klasse. Zijn loopbaan als gouvernementsklerk voerde hem door meerdere gewesten van Nederlandsch-Indië. Tot 1888 was hij verbonden als klerk aan het assistent-residentiekantoor te Riouw, waarna hij werd aangesteld als deurwaarder bij de landraad te Tandjong Pinang op het eiland Bintan. In 1890 werd hij eervol van die functie ontheven en opnieuw geplaatst als klerk op het residentiekantoor te Riouw. Zijn gezin groeide intussen gestaag: de eerste drie kinderen werden geboren in Batavia en Tandjong Boeton, geboorteplaatsen die zijn verplaatsingen langs de bestuursposten weerspiegelen.

Omstreeks 1898 vinden we hem als klerk op 100 gulden per maand bij het gewestelijk bestuur te Serdang op de Oostkust van Sumatra. In 1899 ontving hij eervol ontslag als substituut-griffier bij de landraad te Medan. In 1906 volgde zijn definitieve ontslag als eerste klerk ter griffie van de landraden te Medan en Bindjei, eveneens eervol en wegens volbrachte diensttijd. De landraden waren de rechtbanken voor de inheemse bevolking en de Indo-Europeanen die niet onder de Europese rechtsmacht vielen; werk als griffiemedewerker vergde administratieve nauwkeurigheid en kennis van procesrecht. Na zijn ontslag woonde Enkoroma Coffie eerst als gepensioneerd eerste klerk in Medan (1906–1910) en daarna in Tebing Tinggi (Deli), waar hij tevens optrad als agent van de weeskamer, een functie die hij van 1910 tot minstens 1932 vervulde.

Gezin, nakomelingen en Tweede Wereldoorlog

Uit het huwelijk met Maria Louisa Abrahams werden elf kinderen geboren, van wie de meesten hun leven verbonden met Sumatra, in het bijzonder de Oostkust. De oudste zoon Joachim Amasus Lucius trad in dienst bij de Deli Spoorweg Maatschappij en emigreerde later naar Nederland, waar hij overleed te ’s-Gravenhage in 1964. Alardus Josephus werkte eveneens bij de Deli Spoorweg Maatschappij en stierf in Medan in 1952. De jongste dochter Adee Henriette trouwde in 1921 te Penang met de Nederlandse militair Pieter Jacobus Kroese en overleed in 1978 in Diepenveen. De tweede jongste zoon Ferdinand Batakus Amadeus, belastingambtenaar en commies te Medan, keerde na de onafhankelijkheid naar Nederland terug en overleed in ’s-Gravenhage in 1990.

De Tweede Wereldoorlog eiste een zwaar tol van de familie. René Benjamin Enkoroma Coffie (kind 7) werd gemobiliseerd als soldaat 2e klasse K.N.I.L. en na de capitulatie krijgsgevangen gemaakt. Hij overleed op 15 augustus 1944 in het Thaise Pratchapkirikan en rust begraven op het Kanchanaburi War Cemetery. Erik Joseph Enkoroma Coffie (kind 4), kantoorhoofd bij het gewestelijk bestuur te Kota Radja in Atjeh, overleed op 20 februari 1945 in de Soekamiskingevangenis te Bandoeng — evenals zijn zwager Johan Theodor Moritz Nagel, die enkele maanden eerder in dezelfde gevangenis stierf. Johan Frederik Enkoroma Coffie (kind 6) overleefde de oorlog en bleef tot ver na de onafhankelijkheid in Indonesië: hij werd in juni 1971 nog aldaar aangetroffen. Johannes Josephus sr. overleed op 1 augustus 1942, enkele maanden na het begin van de Japanse bezetting; zijn vrouw Maria Louisa Abrahams was hem een jaar eerder, op 10 juli 1941, voorgegaan in de dood.

Bronnen en literatuur

  • Mark Berkhout, ‘De Afrikaans fuselier Osankje en zijn afstammelingen’, SIGE-Magazine 2022, pp. 67–87.
  • C. Christiaans, Belanda Hitam. De Afrikaanse KNIL-soldaten (Buren: Den Indiaan, 2005).
  • Regerings-Almanak voor Nederlandsch-Indië, deel II, 1895; idem 1899; idem 1906 (loopbaangegevens).
  • Adresboek van Nederlandsch-Indië, 1899–1941 (diverse jaargangen; woon- en functievermeldingen).
  • Stamboekinschrijving [Jacob] Osankje, Oost-Indisch Boek, inv.nr. 342, nr. 1551 (scan 119) (voorouder echtgenote).
  • De Sumatra Post, 11-07-1941 (overlijdensadvertentie Maria Louisa Abrahams).
  • Oorlogsgravenstichting, dossier René Benjamin Enkoroma Coffie (Kanchanaburi War Cemetery).

Auteur: Roel de Neve. © BWNI. In bronvermeldingen aan te halen als: De Neve, Roel, ‘Biografisch Woordenboek van Nederlandsch-Indië’, indischgenealogischerfgoed.nl/bwni/enkoroma-coffie-johannes-josephus/



Dit onderzoek is gratis dankzij uw steun

Het BWNI bestaat alleen dankzij vrijwilligers en donateurs. Elke bijdrage helpt dit erfgoed levend te houden.

♥ Steun het BWNI