Herkomst en dienst in het KNIL

Johannes Jacobus Ravestijn werd op 4 augustus 1896 geboren in Rotterdam als zoon van Dirk Ravestijn en Maria Heuvelink. Op 10 april 1912 trad hij als zestienjarige in dienst bij het instructiebataljon voor het wapen der infanterie, voor een verbintenis van acht jaren. Snel klom hij op: korporaal-titulair (december 1912), sergeant (juni 1915). In april 1916 ging hij over bij het leger in Nederlandsch-Indië en vertrok hij aan boord van het stoomschip Grotius. Na plaatsingen bij het 2e, 13e en 8e bataljon — achtereenvolgens te Magelang, Soerabaja en Ambarawa — verbond hij zich in mei 1919 aan het KNIL. Zijn loopbaan was administratief van aard: sergeant-majoor-administrateur (december 1919), overgang naar het wapen der militaire administratie (november 1920), en adjudant-onderofficier (oktober 1925). In juli 1940 verkreeg hij eervol ontslag uit actieve militaire dienst met bevordering tot reserve tweede luitenant.

De geboorteplaatsen van zijn kinderen getuigen van de veelzijdige standplaatsen die een KNIL-militair in de archipel doorliep: Malang op Oost-Java (1920), Wara op Soemba (1921), tweemaal Kolonodale op Celebes (1923 en 1925) en Makassar (1927). Juist op afgelegen posten als Wara en Kolonodale was een administrateur van onmisbare waarde voor de garnizoensboekhoudingen en de personeelsadministratie van het KNIL.

Huwelijk met Willy Dessauvagie

In Nederlandsch-Indië leerde Ravestijn Wilhelmine Gerardine Dessauvagie kennen, in de familie de roepnaam “Willy”. Zij was geboren te Semarang op 5 juli 1896 als postuum kind: haar vader Guillaume Gérard Dessauvagie (geb. Kalimaas bij Semarang, 2 oktober 1867) was zeven weken vóór haar geboorte, op 21 juni 1896, te Semarang overleden. Haar moeder was Adèle Henriette Charlotte Ursule Verhelst. Via haar vaders geslacht behoorde Willy tot de wijdvertakte Indo-Europese familie Dessauvagie, die via de families Marchal en Marshall terugreikte op Francis Ord Marshall, een Engelse koopman die zich in de achttiende eeuw op Java vestigde. Op 4 juni 1919 trouwden Jan en Willy te Malang.

Het huwelijk kende een moeizame afloop: de echtelieden leefden in de loop der jaren steeds verder uit elkaar en werden vóór 1953 gescheiden van tafel en bed — een kerkelijke-rechtelijke scheiding die de burgerlijke band in stand hield maar de samenleving beëindigde. Willy repatrieerde in maart 1953 en werd ingeschreven op het adres van haar zoon Johannes Jacobus (Jan jr.) te Amsterdam; Jan repatrieerde al eerder, in november 1952, en vestigde zich in Rotterdam en later ’s-Gravenhage. Willy Ravestijn-Dessauvagie overleefde haar man en overleed op 22 januari 1986 te Rijswijk, 89 jaar oud.

Werk bij de Indische Pensioenfondsen

Na zijn actieve militaire dienst was Ravestijn werkzaam bij de Indische Pensioenfondsen, de overheidsinstelling die de pensioenen van koloniale ambtenaren en militairen beheerde. Dit sloot naadloos aan bij zijn administratieve achtergrond in het KNIL. De pensioenfondsen hadden kantoren in Batavia en elders op Java en boden geroutineerde administrateurs als Ravestijn een passende werkomgeving in de koloniale overheidssfeer.

Krijgsgevangenschap

Toen Japan op 8 maart 1942 de capitulatie van het Nederlandse leger in Nederlandsch-Indië afdwong, werd Jan Ravestijn op diezelfde dag geïnterneerd in het kamp Tjimahi bij Bandoeng — één van de grootste Japanse interneringskampen op Java, waar duizenden KNIL-militairen en -onderofficieren werden samengebracht. Het gezin werd met de capitulatie meedogenloos uiteengereten: zijn zoons Jan en Willem belandden elk in eigen kampen. Jan junior overleefde de slag in de Javazee aan boord van Hr.Ms. Kortenaer en werd vervolgens tewerkgesteld aan de Birma-Siam Spoorweg; Willem werd gevangengezet in het werkkamp Fukuoka 3B in Japan. Jan Ravestijn senior doorstond zijn gevangenschap in Tjimahi en overleefde de oorlog.

Repatriëring en latere jaren

Na de Japanse capitulatie in augustus 1945 en de bersiap-periode die volgde, repatrieerde Jan Ravestijn naar Nederland aan boord van het ms Willem Ruys (vertrek Batavia 31 oktober 1952, aankomst Rotterdam 21 november 1952). Hij vestigde zich in Rotterdam en later in ’s-Gravenhage. Hij bereikte de leeftijd van 81 jaar en overleed op 6 december 1977 in ’s-Gravenhage.