Biografie

Ellen Vogel werd op 26 januari 1922 geboren te ’s-Gravenhage als middelste van drie kinderen
in een welgesteld kunstenaarsgezin. Haar vader, Louis Albert Vogel, was een bekend voordrachtskunstenaar
en letterkundige, docent welsprekendheid aan de Universiteiten van Leiden en Utrecht en aan de
Hogere Krijgsschool, en auteur van Voordrachtskunst (1919) en Rhetorica (1931).
Haar moeder, Ellen Buwalda, was eveneens voordrachtskunstenares en trad onder de artiestennaam
Ellen Vareno op. Het ouderlijk huis Elisavetha aan de Haagse Laan van Meerdervoort was een
ontmoetingsplek van kunstenaars, politici en acteurs. Bij Koninklijk Besluit van 18 februari 1933
werd de familienaam gewijzigd in Anthing Vogel.

Via haar moeder stamde zij in vijfde generatie af van de Brit Francis Ord Marshall en diens Chinese
concubine Teh Ing Nio, het Indisch voorouderpaar op Java uit het midden van de negentiende eeuw.
Haar moeder Ellen Buwalda werd in 1890 te Semarang geboren en was dochter van Pieter Buwalda,
groot-exploitant van Javase djatibossen, en Marie Johanne Catherine Dessauvagie. De Indische
connectie was ook op andere wijze nog voelbaar in haar ouderlijk milieu: haar ouders maakten
in 1907–1908 gezamenlijk een voordrachtstournee door Nederlandsch-Indië, en haar vader
reisde in 1912–1914 opnieuw naar Java als onderdeel van een wereldtournee.

Toneelschool, Comedia en de Nederlandse Comedie

Na haar gymnasium-opleiding ging zij in 1942 naar de Amsterdamse Toneelschool. Zij debuteerde
in 1945 bij het net opgerichte gezelschap Comedia, met een kleine rol in Weekend in
Californië
naast Ko van Dijk en Mary Dresselhuys. Toen uit Comedia in 1950 de Nederlandse
Comedie voortkwam, maakte zij de overstap naar het nieuwe gezelschap van Han Bentz van den Berg,
Johan de Meester en Guus Oster, dat vanaf 1953 de vaste bespeler werd van de Stadsschouwburg
Amsterdam. Zij bleef er tot aan de opheffing van het gezelschap in 1971, mede als gevolg van
de Aktie Tomaat. Van 1956 tot 1968 vertolkte zij, beurtelings met Ank van der Moer, de rol van
Badeloch in de jaarlijkse opvoering van Vondels Gijsbreght van Aemstel.

Theo d’Or en erkenning

In 1961 ontving zij de Theo d’Or — de hoogste Nederlandse toneelprijs voor vrouwelijke
acteurs — voor haar vertolkingen in Kasteel in Zweden van Françoise Sagan en
Joseph in Egypten van Thomas Mann. In datzelfde jaar werd zij door de lezers van
De Telegraaf uitgeroepen tot ‘Actrice van het jaar’. Haar repertoire was
opmerkelijk breed: naast klassieke en dramatische rollen bleek zij ook een beheerst
komediespeelster (onder meer als De dame van Maxim in Feydeau’s gelijknamige stuk) en een
overtuigende vertolkster van moderne drama’s, zoals de alcoholische Claire in Edward Albee’s
In wankel evenwicht. Het Theaterjaarboek verkoos haar tot beste actrice van het seizoen
1966–1967.

Aktie Tomaat en hernieuwde bloei

Een dieptepunt in haar loopbaan vormde de Aktie Tomaat van 1969, een felle aanval van jonge
theatermakers op het gevestigde toneel. Zij mengde zich in de publieke discussie, maar werd
weggehoond; de door Ischa Meijer gemunte bijnaam ‘actreutel’ bleef haar nog jaren
achtervolgen. Na de opheffing van de Nederlandse Comedie in 1971 speelde zij in talrijke vrije
producties en in gastrollen bij de Haagse Comedie en andere gesubsidieerde gezelschappen.
Na haar huwelijk met Jimmy Münninghoff in 1976 herrees zij als de ‘koningin van het
Nederlandse theater’, zoals Hugo Claus haar noemde. Voor haar spel in Zomergasten
ontving zij in 1976 de Colombina.

Film en televisie

Vanaf de jaren vijftig was zij ook regelmatig op het witte doek en op televisie te zien. Zij
speelde in twee speelfilms van Fons Rademakers: Makkers staakt uw wild geraas (1960)
en Het mes (1961). In de Couperus-televisieserie Van oude mensen, de dingen die
voorbijgaan
gaf zij een geroemde vertolking. Na een filmpauze van zestien jaar keerde zij
in 1983 terug in Brandende liefde. Haar rol van Lotte Bamberg op oudere leeftijd in
De Tweeling (2002, regie Ben Sombogaart) leverde de film een Gouden Kalf op en een
nominatie voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film (2004). Haar laatste televisierol was
die van oud-prinses Juliana in Bernhard, schavuit van Oranje (2010).

Grande dame en laatste jaren

Bij haar vijttigjarig jubileum in 1995 werd zij officieus uitgeroepen tot ‘grande dame van
het Nederlandse toneel’, een eretitel die eerder aan Mary Dresselhuys was voorbehouden.
In 2009 ontving zij de Blijvend Applaus Prijs als oeuvreprijs voor oud-podiumkunstenaars.
Na het plotselinge overlijden van haar derde echtgenoot Jimmy Münninghoff in 2012 staakte
zij haar acteerwerk, maar bleef zij het theater trouw bezoeken. Zij verhuisde naar een flat in
Amsterdam-Buitenveldert en overleed op 5 augustus 2015 in het VU Medisch Centrum op 93-jarige
leeftijd. De crematieplechtigheid vond plaats op Westgaarde te Amsterdam.