Het eerste Indisch Familieblad is verschenen — gratis te lezen en te downloaden. Lees nu → | Steun ons werk | Nieuwsbrief

Cohen Stuart, Cornelia Johanna Jacoba

Cohen Stuart, Cornelia Johanna Jacoba — BWNI — SIGE Cohen Stuart, Cornelia Johanna Jacoba - SIGE

Cohen Stuart, Cornelia Johanna Jacoba

English summary ▼

Cornelia Johanna Jacoba Cohen Stuart (Semarang, 2 September 1881 – Dieren, 30 October 1964) was a Dutch physician and pioneer of indigenous nursing education in colonial Netherlands East Indies. Born into an assimilated Jewish family at Semarang and trained at Leiden University from 1899 to 1907, she returned in 1908 to establish a private medical practice at Semarang. There she founded a training programme for indigenous nurses and midwives and the Association for the Advancement of Indigenous Nursing, introducing district nursing on Java. Her textbook Ilmoe pembela orang sakit gave Indonesian-language nursing instruction its first systematic manual. She was a co-founder of the Leiden Women's Students Association in 1900.

Cornelia Johanna Jacoba Cohen Stuart

geb. Semarang 2 september 1881 — overl. Dieren 30 oktober 1964
Arts te Semarang · oprichter Inlandsche Ziekenverpleging-opleiding 1908 · auteur Ilmoe pembêla orang sakit

Kraamzaal Budi Kemuliahan van de Vereeniging tot bevordering der Inlandsche Ziekenverpleging, ca. 1925
Kraamzaal Budi Kemuliahan van de Vereeniging tot bevordering der Inlandsche Ziekenverpleging (ca. 1925) — de organisatie waarvan Cohen Stuart in 1908 te Semarang het Indische voorbeeld oprichtte. Foto: Collectie Wereldmuseum / Tropenmuseum, TMnr 60014666, via Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0).

Genealogische gegevens

Cornelia Johanna Jacoba Cohen Stuart, in de familie eerst Nelly, later Nel, geb. Semarang 2 september 1881, overl. Dieren 30 oktober 1964, dr. van James William Theodoor Cohen Stuart (1854–1908), hoge ambtenaar van justitie in Nederlandsch-Indië, en Marianne Josephine Abendanon (1856–1921). Het gezin was joods en volledig geassimileerd. Nel was de een-na-oudste in een gezin met vier broers; zij was de enige dochter.
Huwelijk
tr. Leiden 15 juli 1907 Zadok (Jacques) Stokvis (’s-Gravenhage 1878 — 1947), inspecteur middelbaar onderwijs, ten tijde van het huwelijk leraar aan een gymnasium en hogere burgerschool, zoon van Mozes David Stokvis en Hendrika de Vries.
Het huwelijk bleef kinderloos. Na de dood van Nels schoonzus in 1913 voedde het echtpaar de drie kleine kinderen op van Nels broer Abraham Benjamin (Bram) Cohen Stuart.
Abraham Benjamin (Bram), Jacques, Theodore A., Combertus P. en Herman G.C. Cohen Stuart. Geboorte- en sterfdata in onderzoek; bron: Cohen Stuart Stichting via Geni / MyHeritage.
Loopbaan
Vertrek naar Nederland 1897 voor middelbaar onderwijs;
eindexamen HBS te Leiden 1899;
studie geneeskunde Universiteit Leiden 1899–1907;
mede-oprichter Vereeniging voor Vrouwelijke Studenten te Leiden, januari 1900 (samen met Jo Reudler en Annie de Waal);
artsexamen juni 1907; huwelijk 15 juli 1907;
vestiging als particulier arts te Semarang 1908;
oprichting opleiding voor inheemse verpleegsters en vroedvrouwen, gevolgd door de oprichting van de Vereeniging tot bevordering van de Inlandsche Ziekenverpleging;
invoering van de wijkdienst te Semarang;
verlof in Nederland 1915 met fondsenwervingsacties (resultaat 17.000 gulden);
definitieve repatriëring 1928, vestiging in Nederland; lid SDAP;
onderduik te Laag-Soeren 1942–1945;
vestiging te Dieren na 1945; weduwe sinds 1947.

Geboorte en jeugd te Semarang

Cornelia Johanna Jacoba Cohen Stuart werd op 2 september 1881 te Semarang geboren in een geassimileerd joods Nederlands-Indisch gezin. Haar vader, James William Theodoor Cohen Stuart (1854–1908), was hoge ambtenaar bij het Indische gerechtswezen; haar moeder Marianne Josephine Abendanon (1856–1921) was afkomstig uit de in koloniaal Indië bekende familie Abendanon. In het gezin waren vier broers en Nelly was de enige dochter, de een-na-oudste van vijf kinderen. In 1897, vijftien jaar oud, vertrok zij naar Nederland om haar middelbare opleiding af te maken; in 1899 deed zij eindexamen aan de HBS te Leiden.1,2

Studie en huwelijk

In Leiden begon Cohen Stuart in 1899 een studie geneeskunde. Reeds tijdens haar studietijd toonde zij organisatorisch initiatief: in januari 1900 richtte zij samen met Jo Reudler en Annie de Waal de Vereeniging voor Vrouwelijke Studenten te Leiden op, een vroege studievrouwenvereniging in Nederland. Op haar artsexamen van juni 1907 volgde een huwelijk op 15 juli 1907 te Leiden met Zadok (Jacques) Stokvis (1878–1947), op dat moment leraar aan een gymnasium en HBS in Den Haag, later inspecteur middelbaar onderwijs. Het huwelijk bleef kinderloos.1,3

Particulier arts en pionier verpleegopleiding

In 1908 vertrok het echtpaar Stokvis-Cohen Stuart naar Nederlandsch-Indië, waar Zadok Stokvis een aanstelling kreeg als leraar Nederlands aan de HBS te Semarang. Nel Stokvis-Cohen Stuart vestigde zich daar als particulier arts. Bij haar werk in de polikliniek en in de kampong constateerde zij een nijpend gebrek aan goed opgeleid medisch ondersteunend personeel: een formele beroepsopleiding voor verpleegsters of verplegers bestond destijds in Nederlandsch-Indië nog niet, niet voor mannen en niet voor vrouwen. Op eigen initiatief begon zij met het opleiden van inheemse meisjes tot verpleegster en vroedvrouw.1

Het begin was moeizaam. Inheemse meisjes die konden lezen en schrijven kwamen vrijwel uitsluitend uit gegoede milieus, en hun ouders weigerden veelal toestemming voor een verblijf buiten het ouderlijk huis. De leerlingen die zij wel kreeg waren gewend aan bedienden en geneerden zich voor verzorgende handelingen als bedden opmaken; patiënten van eigen stand toonden zich huiverig om verzorgd te worden door wat zij als sociaal hogergeplaatst beschouwden. Cohen Stuart bouwde de opleiding niettemin gestaag uit en richtte vrijwel meteen de Vereeniging tot bevordering van de Inlandsche Ziekenverpleging op, die het internaat voor de leerlingen — zowel jongens als meisjes — en hun opleiding bekostigde wanneer zij geen toelage van het gouvernement ontvingen.1

Naast de eigenlijke opleiding voerde Cohen Stuart te Semarang een wijkdienst in, waarbij de verpleegsters in opleiding huisbezoek aflegden bij Indonesische vrouwen en kinderen. Daarmee werd een brug geslagen naar lokale vrouwen die de westerse medische zorg, doorgaans door mannen verleend, schuwden. Tijdens een verlof in Nederland in 1915 hield zij twee lezingen die samen 17.000 gulden opbrachten voor de Vereeniging; haar moeder werd vertegenwoordigster van de Vereeniging in Nederland. Na de dood van Nels schoonzus in 1913 had het echtpaar inmiddels drie pleegkinderen in huis — de drie kleine kinderen van Nels broer Bram — die zij verder zouden grootbrengen.1

Publicaties en lobby

Cohen Stuart was een vaardig publiciste en beleidsbeïnvloeder. In het Bulletin van den Bond van Geneesheeren in Ned.-Indië verschenen onder meer haar ‘Nota betreffende de noodzakelijkheid van verbetering van de ziekenzorg voor Javaansche vrouwen’ (1914) en ‘Plan tot instelling eener wijkverpleging’ (1916). Het opleidings-handboek dat zij schreef, Ilmoe pembêla orang sakit / Leerboek der ziekenverpleging (Groningen 1928), werd na de Indonesische onafhankelijkheid herdrukt (1938; 1950–1955) en bleef daarmee tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw in gebruik bij de opleiding van Indonesisch verplegend personeel. Daarnaast schreef zij De Inlandsche ziekenverpleging te Semarang (Semarang 1916), ‘Vrouwelijke artsen voor Indië’ in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (1930), en lezingen voor het Indisch Genootschap, waaronder ‘De huidige koers ten aanzien van de gezondheidszorg in Indië’ (1930).4

Repatriëring, oorlogsjaren en latere jaren

In 1928 keerde het echtpaar Stokvis-Cohen Stuart definitief terug naar Nederland. Cohen Stuart werd lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en bleef artikelen en lezingen schrijven over de noodzaak van een volwaardige medische opleiding voor Indonesiërs, ook na de oorlog. Tijdens de Duitse bezetting moest het echtpaar als joden onderduiken in Laag-Soeren in de Veluwezoom; beiden overleefden de oorlog. Na de bevrijding herstelde Nel het contact met collega’s en oud-leerlingen uit Indië. In 1947 overleed haar echtgenoot. Zelf overleed zij op 30 oktober 1964 te Dieren, drieëntachtig jaar oud.1,5

Met haar geringe lengte van 1,53 meter was Nel Stokvis-Cohen Stuart een opvallend kleine vrouw die indruk maakte met haar vastberadenheid en doorzettingsvermogen. Met de opleiding die zij in Semarang opzette, legde zij mede de grondslag voor de officiële opleiding van verplegend hulppersoneel in Nederlandsch-Indië en Indonesië. In de naoorlogse en hedendaagse historiografie van de koloniale gezondheidszorg geldt zij als een van de invloedrijkste vrouwen in het Indische zorgveld.6

Bronnen en literatuur

  1. Lemma ‘Cohen Stuart, Cornelia (1881–1964)’, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, Huygens Instituut KNAW, met onder meer ouders, beide huwelijken, opleiding, opleidingswerk te Semarang en oorlogsjaren.
  2. Cohen Stuart Stichting / familiestamboom, beschikbaar via Geni en MyHeritage, met opgave van vader James William Theodoor Cohen Stuart, moeder Marianne Josephine Abendanon, en de broers Abraham Benjamin, Jacques, Theodore A., Combertus P. en Herman G.C. Cohen Stuart.
  3. Huwelijksakte Leiden 15 juli 1907 (Zadok Stokvis × Cornelia Johanna Jacoba Cohen Stuart), met opgave van de wederzijdse ouders.
  4. C.J.J. Stokvis-Cohen Stuart, ‘Nota betreffende de noodzakelijkheid van verbetering van de ziekenzorg voor Javaansche vrouwen’, Bulletin van den Bond van Geneesheeren in Ned.-Indië 12 (1914) 1–13; idem, ‘Plan tot instelling eener wijkverpleging’, Bulletin 151 (1916) 1–22; idem, De Inlandsche ziekenverpleging te Semarang, Semarang 1916; idem, Ilmoe pembêla orang sakit / Leerboek der ziekenverpleging, Groningen 1928 (herdrukt 1938, 1950–1955); idem, ‘Vrouwelijke artsen voor Indië’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 74 (1930) 1268–1271.
  5. G.C. Heringa, ‘In memoriam Mevr. C.J.J. Stokvis-Cohen Stuart, een medisch pionier in het toenmalige Nederlands-Indië’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 109 (1965) 109–110.
  6. L. Hesselink, ‘Voorvechtster van inheemse verpleegsters: Nel Stokvis-Cohen Stuart’, in: Indische Letteren 33 (2018), via DBNL; M.P. Sutphen en B. Andrews (red.), Medicine and colonial identity, Londen 2003; D.C. Nuysink-Steinbuch, ‘De vrouwelijke artsen in Nederland en Nederlandsch Indië’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 70 (1926) 2091–2097; E. Pereira-d’Oliveira, Vrouwen feministen die van genezen wisten: over de vrouwelijke arts in Nederland, Amsterdam 1973.
  7. Lemma ‘Cornelia Johanna Jacoba Cohen Stuart’, Wikipedia (Nederlandstalig); Wikidata, entiteit Q20031874.

Auteur: SIGE-redactie. © BWNI. In bronvermeldingen aan te halen als: Cohen Stuart, Cornelia Johanna Jacoba, ‘Biografisch Woordenboek van Nederlandsch-Indië’, indischgenealogischerfgoed.nl/bwni/cohen-stuart-cornelia-johanna-jacoba/