English summary ▼
Louis Joseph Maria Beel (Roermond, 12 April 1902 – Utrecht, 11 February 1977) was a Dutch Catholic statesman who served twice as prime minister of the Netherlands and as High Representative of the Crown at Batavia from November 1948 to June 1949. As prime minister of the Beel I cabinet (1946-1948) he bore political responsibility for the First Dutch Police Action of July-August 1947, and during his term in Batavia he authorised the Second Police Action (Operation Crow), the airborne assault on Yogyakarta of 19 December 1948 – 5 January 1949. His tenure marks one of the most contested chapters of Dutch decolonisation policy and the final attempt to maintain Dutch sovereignty over Indonesia by military means.
Mr. dr. Louis Joseph Maria Beel

Genealogische gegevens
Voornamen ouders nog niet vastgesteld; deze gegevens zijn opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland (BWN) en het familiearchief Beel in het Nationaal Archief.
Minister-president 3 juli 1946 – 7 augustus 1948 (kabinet-Beel I), onder wiens verantwoordelijkheid de Eerste Politionele Actie plaatsvond (20 juli – 5 augustus 1947);
benoemd en beëdigd tot Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon (HVK) te Batavia op 29 oktober 1948, in functie 3 november 1948 – 2 juni 1949;
onder zijn verantwoordelijkheid: Tweede Politionele Actie (Operatie Kraai), 19 december 1948 – 5 januari 1949.
Dit lemma beperkt zich tot de Indië-relevante periode in Beels loopbaan. Voor zijn volledige biografie zij verwezen naar het BWN-lemma van het Huygens Instituut en de standaardbiografie van L.J. Giebels (1995).1
Achtergrond: bestuurder in oorlogstijd
Louis Joseph Maria Beel werd op 12 april 1902 te Roermond geboren in een katholiek Limburgs milieu. Na het gymnasium aan het Bisschoppelijk College te Roermond studeerde hij rechten aan de Roomsch-Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij in 1935 promoveerde op het proefschrift Zelfbestuur of afhankelijke decentralisatie?. Vanaf 1929 was hij werkzaam bij de gemeentesecretarie van Eindhoven, sinds 1934 als plaatsvervangend gemeentesecretaris. In 1942 nam hij ontslag uit protest tegen de benoeming van een NSB-burgemeester, een ongebruikelijke daad onder Nederlands overheidspersoneel. Hij dook tijdens de oorlogsjaren periodiek onder en oefende daarnaast de advocatuur uit. Op 23 februari 1945 trad hij toe als minister van Binnenlandse Zaken in het Londense kabinet-Gerbrandy III, een functie die hij behield in het kabinet-Schermerhorn-Drees.1,2
Eerste ministerschap en de Indonesische kwestie
Na de KVP-verkiezingsoverwinning van 1946 werd Beel op 3 juli 1946 minister-president van het kabinet-Beel I. Zijn premierschap stond grotendeels in het teken van de Indonesische kwestie. Beel was voorstander van een federatief Indië, bestaande uit deelstaten in een Unie met Nederland. Onder zijn regering vond van 20 juli tot 5 augustus 1947 de Eerste Politionele Actie plaats, die onder druk van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moest worden afgebroken. Beel reisde in mei 1947 met minister van Overzeese Gebiedsdelen J.A. Jonkman in officieel bezoek door Indonesië.3
Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon, 1948–1949
Bij de kabinetsformatie van 1948 stond Beel het premierschap af aan W. Drees (PvdA), in ruil waarvoor hij werd benoemd tot opvolger van luitenant-gouverneur-generaal H.J. van Mook in Batavia. De functie kreeg na de grondwetswijziging van 1948, die de staatsrechtelijke verhoudingen met het toekomstige Indonesië regelde, een nieuwe naam: Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon (HVK). De KVP wilde Van Mook kwijt vanwege diens gematigder lijn jegens de Republiek, en zag Beel als een betrouwbaarder bestuurder. Beel werd op 29 oktober 1948 benoemd en beëdigd; hij arriveerde diezelfde dag in Batavia. In functie was hij van 3 november 1948 tot 2 juni 1949.4,5
Reeds vijf dagen na zijn aankomst adviseerde Beel het kabinet in Den Haag om opnieuw militair in te grijpen, omdat hij de toestand op Java als gevolg van het Republikeinse optreden onhoudbaar achtte. Op 19 december 1948 begon de Tweede Politionele Actie, codenaam Operatie Kraai. Yogyakarta, de zetel van de Republiek, werd ingenomen en de Republikeinse leiders, onder wie Soekarno, Hatta en Sjahrir, werden gevangengenomen. De actie eindigde op 5 januari 1949. Hoewel zij in militair opzicht haar tactische doelen behaalde, leidde zij tot een diplomatieke ramp: de VN-Veiligheidsraad eiste op 28 januari 1949 onmiddellijke onderhandelingen, de Verenigde Staten dreigden de Marshall-hulp te bevriezen, en Australië en India spanden zich actief in voor de Indonesische zaak.4,6
Onder deze internationale druk moest Nederland de actie staken en opnieuw onderhandelen. In de Roem-Van Roijen-overeenkomst van 7 mei 1949 zegde Nederland toe de Republikeinse leiders vrij te laten en met hen te onderhandelen over de soevereiniteitsoverdracht. Beel, die zich tegen de uitkomst had verzet, trad op 2 juni 1949 af als HVK en werd opgevolgd door A.H.J. Lovink, die de overdracht van 27 december 1949 zou begeleiden. Beel keerde terug naar Nederland en werd in oktober 1949 hoogleraar bestuursrecht en bestuurskunde te Nijmegen.4,5
Latere loopbaan en oordeel
Na zijn HVK-periode keerde Beel terug in de Nederlandse politiek: minister van Binnenlandse Zaken (1951–1956), opnieuw minister-president als interim in het kabinet-Beel II (22 december 1958 – 19 mei 1959), en ten slotte vice-president van de Raad van State (1959–1972), in welke laatste functie hij als adviseur van koningin Juliana zoveel invloed uitoefende dat hij in de wandeling ‘de onderkoning’ werd genoemd. Hij werd op 21 november 1956 benoemd tot minister van staat. Beel overleed op 11 februari 1977 te Utrecht.4,1
In de Nederlandse en Indonesische historiografie geldt Beel als de bestuurder die een militair antwoord verkoos boven een diplomatieke uitweg op een moment dat de internationale verhoudingen dat antwoord onhoudbaar maakten. Met zijn advies tot de Tweede Politionele Actie versnelde hij paradoxaal genoeg het einde van de Nederlandse soevereiniteit over Indonesië. Voor de Indische gemeenschap is hij om die reden een omstreden figuur, voor de naoorlogse Nederlandse staatsrechtgeschiedenis een bestuursjurist die zijn intentie tot een ‘ordelijke’ dekolonisatie nooit heeft kunnen waarmaken.1,7
Bronnen en literatuur
- L.J. Giebels, Beel. Van vazal tot onderkoning. Biografie 1902–1977. SDU, Den Haag / Nijmegen 1995 — standaardbiografie, met integrale dekking van de HVK-periode.
- Lemma ‘Beel, Louis Joseph Maria’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, Huygens Instituut KNAW, Den Haag.
- M.D. Bogaarts, Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945. Band II: De periode van het kabinet-Beel, 3 juli 1946 – 7 augustus 1948. SDU, ’s-Gravenhage 1989, in het bijzonder de hoofdstukken over de Indonesische kwestie en de Eerste Politionele Actie.
- L.J.M. Beel, biografische schets, Parlement.com (PDC), met loopbaandata.
- Nationaal Archief Den Haag, archief 2.21.017, Inventaris van het archief van L.J.M. Beel en enige familieleden, 1900–1997, in het bijzonder de inv.nrs. 209–222: stukken betreffende Beel als Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon, 1948–1949, met ‘dagboek’ van besprekingen en correspondentie.
- L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 12, eindfase: Indië. SDU, ’s-Gravenhage 1988.
- R. Gase, Beel in Batavia. Van contact tot conflict. Verwikkelingen rond de Indonesische kwestie in 1948. Anthos, Baarn 1986, op basis van Beels persoonlijk archief.
Auteur: SIGE-redactie. © BWNI. In bronvermeldingen aan te halen als: Beel, Louis Joseph Maria, ‘Biografisch Woordenboek van Nederlandsch-Indië’, indischgenealogischerfgoed.nl/bwni/beel-louis-joseph-maria/


