Guillaume Elie Teisseire
Genealogische gegevens
Biografie
Guillaume Elie Teisseire werd in 1768 of 1769 te Batavia geboren als zoon van Andries Teisseire (eigenaar van particuliere landen op West-Java en suikerfabrikant) en Catharina Elisabeth Oenen. In 1774 werd hij voor zijn opvoeding naar Europa gestuurd; op 14 maart 1788 keerde hij op Java terug, waar hij op 2 november 1788 in de Hollandse Kerk te Batavia trouwde met Maria Clara du Chène de Vienne.
Openbare en kerkelijke functies
Te Batavia bekleedde hij een reeks openbare en kerkelijke functies: van 1794 tot 1797 lid van het college van huwelijkse en kleine gerechtszaken, van 1797 tot 1801 schepen, en herhaaldelijk diaken en ouderling van de Nederduits-Hervormde gemeente. In 1790 werd hij als ordinair lid opgenomen in het Bataviaasch Genootschap der Kunsten en Wetenschappen.
Bestuurlijke loopbaan: landdrost
In 1806 benoemd tot eerste gecommitteerde over de suikercultures. In 1809 aanvaardde hij de functie van prefect van de Jacatrase en Preanger Bovenlanden (28 april 1810: landdrost); op 14 november 1810 volgde zijn benoeming tot landdrost van de Bataviase Ommelanden. Na de Engelse verovering van Java in september 1811 raakte hij buiten emplooi; in 1812–1813 was hij gezworen man voor Bantam. Na het herstel van het Nederlandse gezag werkte hij bij de weeskamer te Batavia (buitengewoon lid 1824, gewoon lid 1825, voorzittend lid 1829) tot hij op 15 juli 1833 op wachtgeld werd gesteld.
Indigocultuur en landbouw
In 1832–1833 was hij provisioneel inspecteur der indigocultuur. In april 1830 maakte hij een rondreis door de regentschappen Tjiandjoer, Bandoeng, Soemedang en Limbangan om de uitbreidingsmogelijkheden van de indigoteelt te beoordelen; zijn positieve bevindingen leidden tot de aanwijzing van de Preanger als productiegebied. Als eigenaar van uitgestrekte particuliere landen op West-Java (deels geerfde boedel vader) hield hij zich bezig met landbouwproeven: hij liet duizenden theebomen planten en ijverde voor de katoenteelt. Na zijn overlijden op 21 juni 1845 werd zijn insolvente boedel door de weeskamer beheerd.
Bronnen en literatuur
- R.G. de Neve, ‘Genealogie van de in Batavia gevestigde familie Teisseire en haar verwanten’, De Indische Navorscher 17 (2004) 11–19, ald. 14–18.
- F. de Haan, Priangan (Batavia 1910) 120–122.
- Jan Breman, Koloniaal profijt van onvrije arbeid (Amsterdam 2010) 213.
- C.P. Cohen Stuart, in: Gedenkboek theecultuur 1824–1924 (Bandoeng 1924) 31 en noot 3.
- L.M. Janssen, IGV Bronnenpublikaties deel 29 (Den Haag 2020) 54, 101, 152.
Auteur: Roel de Neve. © BWNI.

