Pakoealaman-aristocratie en danstraining

Raden Mas Jodjana werd geboren in het Pakoealaman-vorstenhuis te Yogyakarta in 1893, ongeveer vier jaar na zijn verre familielid Raden Mas Soewardi Soerjaningrat (de latere Ki Hadjar Dewantara). Anders dan Soewardi koos Jodjana niet de politieke maar de artistieke weg: vanuit zijn vorstenhuis-opleiding in klassieke Javaanse dans, gamelan en wajang ontwikkelde hij vanaf de jaren tien een professionele danspraktijk. Zijn debuut buiten Java vond plaats in Soerabaja, waarna hij zijn werk uitbreidde naar Singapore, Indië en uiteindelijk Europa.1

Vertrek naar Europa 1925

In 1925 vertrok Jodjana naar Nederland, waar hij in de jaren twintig en dertig optrad voor het Nederlandse en Europese publiek dat hem als ambassadeur van de Javaanse danskunst leerde kennen. Zijn werk in Den Haag, Amsterdam en Parijs trok aanzienlijke aandacht en plaatste hem aan de top van het Nederlandse circuit voor exotische podiumkunst. Toen hij omstreeks 1935 voor uitgebreide tournees naar Frankrijk verhuisde, nam de jonge Indo-Europese danser Leo Broekveldt — die later onder de kunstenaarsnaam Indra Kamadjojo bekend zou worden — zijn plaats over in het Nederlandse circuit. Voor Indra was het overnemen van Jodjana’s repertoire een formatieve overgang die hem van toneelacteur tot zelfstandig danser maakte.2

Wenen, gezamenlijk werk met Pia Heim

Vanaf eind jaren dertig vestigde Jodjana zich uiteindelijk in Wenen, waar hij met de Duitse danseres-componiste Pia Heim trouwde en samen een atelier en concertpraktijk vormde. Het echtpaar Heim-Jodjana ontwikkelde een hybride repertoire waarin Javaanse traditie, Westerse moderne dans en muzikale samenwerking met componisten uit de Wiener Schule samenkwamen. Hun werk werd in Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland regelmatig opgevoerd en draagt aanzienlijk bij aan de twintigste-eeuwse interculturele danshistoriografie.3

Overlijden en plaats in de Indische cultuur

Jodjana overleed te Wenen op 20 september 1972, op zevenenzeventigjarige leeftijd. Zijn nalatenschap is verdeeld tussen Indonesische vorstenfamilie-archieven, het Tropenmuseum-archief Amsterdam en de Wiener Stadt- und Landesbibliothek (waar het echtpaarsarchief Heim-Jodjana wordt bewaard). Voor het BWNI is hij van bijzonder belang als de aristocratische voorganger van Indra Kamadjojo en als eerste Indonesische danser die internationaal gevestigd raakte; via hem loopt een directe culturele lijn van het Pakoealaman-vorstenhuis naar de Europese podiumkunst van de twintigste eeuw.