Afkomst en jeugd in Bagelen

Alex Arnold Hillebrandt werd op 9 maart 1849 geboren te Poerworedjo in de residentie Bagelen op Midden-Java. Hij was een zoon van Albert Martin Hillebrandt en de Javaanse vrouw Djria. Zijn gemengde afstamming was typerend voor de Indo-Europese gemeenschap die in de loop van de negentiende eeuw op Java was gevormd. Over zijn jeugd en scholing zijn geen nadere gegevens bewaard gebleven. Hij vestigde zich te Koetoardjo, de hoofdplaats van de gelijknamige afdeling in Bagelen, waar hij een loopbaan als klerk op het assistent-residentiekantoor opbouwde.

Loopbaan als klerk en bestuurlijk ambtenaar

Hillebrandt was zijn gehele werkzame leven verbonden aan het assistent-residentiekantoor te Koetoardjo. Als klerk vervulde hij een essentiële administratieve rol in het binnenlands bestuur: hij registreerde besluiten, beheerde correspondentie en verwerkte de administratie van het bestuurskantoor. Voor Indo-Europeanen met zijn achtergrond was zo’n positie bij het burgerlijk bestuur in die tijd een gangbare en gerespecteerde loopbaan. In december 1900 — drie jaar na zijn overlijden — werd zijn weduwe Koempoel nog vermeld op een betalingslijst van het weduwen-en-wezenfonds voor burgerlijke ambtenaren in Nederlandsch-Indië, samen met haar kinderen en de kinderen uit het eerste huwelijk. De uitkering bedroeg 23 gulden en 67 cent — een bescheiden, maar wettelijk vastgelegde tegemoetkoming voor de achtergebleven gezinsleden. Op 28 juli 1897 overleed Hillebrandt te Koetoardjo op 48-jarige leeftijd.

Huwelijken en nageslacht

Hillebrandt huwde op 24 maart 1879 te Poerbolingo met Wilhelmina Francina Prager. Zij was op 18 maart 1859 geboren en omstreeks 1872/1873 erkend te Poerbolingo. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren. Op 6 februari 1889 werd de echtscheiding ingeschreven te Koetoardjo. Hillebrandt onderhield al vóór die scheiding een relatie met de Chinese vrouw Tiong Hoa, geheten Koempoel, die omstreeks 1870 in Koetoardjo was geboren. Zes kinderen uit deze verhouding (geboren tussen 1889 en 1895) werden door hem erkend en vervolgens gewettigd door het huwelijk dat op 20 juni 1896 te Koetoardjo werd voltrokken. Koempoel overleed op 24 oktober 1926 te Semarang.

Van zijn elf kinderen verliep het lot van meerdere tragisch door de Japanse bezetting: zijn dochter Albertina Frederika overleed in 1943, zijn zonen Alex Lodewijk en Edmond Theodoor stierven beiden in 1945 in Japanse gevangenschap, en zijn kleinzoon Max Charel verdronk na de torpedering van het krijgsgevangenentransportschip “Suez Maru” in november 1943. Zijn schoonzoon Pieter van Kooten — tweede echtgenoot van dochter Wilhelmina Francina — stierf eveneens als krijgsgevangene, te Tamarkan in Birma.