Limburgse jeugd en medische opleiding

Marie Eugène François Thomas Dubois werd op 28 januari 1858 geboren in Eijsden, een Limburgs grensdorp aan de Maas. Zijn vader was apotheker en latere burgemeester; in dat kennismilieu kwam Eugène vroeg met natuurwetenschappelijke onderwerpen in contact. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, promoveerde in 1884 op een proefschrift over het strottenhoofd van zoogdieren en werd daarna assistent bij anatoom Max Fürbringer.1

Vertrek naar Indië als KNIL-officier-arts

Dubois was overtuigd geraakt door de evolutietheorie van Darwin en door Ernst Haeckels hypothese over een ‘missing link’ tussen aap en mens. Toen hij in Nederland geen financiering vond voor een fossielenexpeditie, meldde hij zich aan als officier-arts bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger met het uitdrukkelijke doel om in zijn vrije tijd op Sumatra en Java naar fossielen te zoeken. Op 17 oktober 1887 vertrok hij met echtgenote en twee kinderen naar Indië. Na een korte stationering op Sumatra (waar het klimaat hem ziek maakte) verkreeg hij in 1889 toestemming om als gouvernementspaleontoloog op Java naar fossielen te zoeken, en kreeg hij dwangarbeiders en KNIL-personeel ter ondersteuning toegewezen.2

De Trinil-vondst van 1891-1892

In de droge tijd van 1891 stuitten Dubois en zijn ploeg in een zandlaag van de Solo-rivier nabij Trinil (Midden-Java) op een fossiel: eerst een molaar, daarna een dakdeel van een schedel, en in 1892 een dijbeen. De combinatie wees op een rechtopstaand wezen met hersenvolume tussen mens en mensaap. Dubois publiceerde in 1894 zijn bevinding onder de wetenschappelijke naam Pithecanthropus erectus (‘rechtopstaande aap-mens’), thans genoemd Homo erectus en bekend als de Java-mens. Het was de eerste fossiele hominidevondst die specifiek als ontbrekende schakel in de menselijke evolutie werd gepresenteerd.3

De internationale wetenschappelijke receptie was gemengd. Veel tijdgenoten (Rudolf Virchow voorop) hielden de fossielen voor een grote gibbon. Dubois reageerde op de afwijzing door zijn vondsten in een kluis op te sluiten, een episode die hem in de geschiedenis van de paleoantropologie tot een gepassioneerd maar tragisch figuur maakte. Pas in de twintigste eeuw werd de Java-mens algemeen erkend als Homo erectus, een hominide die circa 1,5 miljoen tot 100.000 jaar geleden in Aazië leefde.

Hoogleraarschap en latere jaren

Na zijn terugkeer in 1895 werd Dubois benoemd tot conservator paleontologie en geologie aan het Teylers Museum te Haarlem en in 1897 tot lector, later hoogleraar in Amsterdam. Zijn lange wetenschappelijke leven kende verdere fossielenstudies maar werd overschaduwd door zijn voortdurende verdediging van zijn Trinil-interpretatie tegen heroverwegingen door collega’s. Hij overleed op 16 december 1940 te Halen, vlak over de Belgische grens, in de eerste oorlogswinter van de Tweede Wereldoorlog.

De Trinil-collectie van Dubois bevindt zich heden in Naturalis Biodiversity Center te Leiden en geldt als een van de fundamentele wetenschappelijke verzamelingen van Nederlands-Indië. Voor het BWNI is Dubois een sleutelfiguur die de wetenschappelijke betekenis van Indië onverbrekelijk heeft verbonden met de geschiedenis van de menswording.