Vrijwillig beroepssoldaat in Harderwijk

Hans Christoffel werd op 13 september 1865 geboren in Rothenbrunnen, Graubünden, en meldde zich als vrijwillig beroepssoldaat bij het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk, het centrale wervingsstation voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Op 29 april 1886 kwam soldaat Christoffel aan in Batavia. Het KNIL-recruteringssysteem trok in deze periode systematisch buitenlandse beroepssoldaten aan, vooral uit Duitsland, België en Zwitserland.1

Carrière in Atjeh, Borneo en Celebes

Christoffel werd ingezet in Atjeh, op Borneo en op Celebes. Hij doorliep alle onderofficiersrangen: korporaal in 1887, fourier in 1888, sergeant in 1893, adjudant-onderofficier in 1897. Bij Koninklijk Besluit van 3 juni 1901 werd hij benoemd tot ridder vierde klasse in de Militaire Willemsorde voor zijn verdiensten in Atjeh; op 23 oktober van datzelfde jaar werd hij eervol vermeld in een dagorder.

Op 5 oktober 1903 benoemde koningin Wilhelmina hem buitengewoon tot tweede luitenant, “wegens het opnieuw bewijs geven van buitengewone moed, beleid en trouw, energie en uitstekende plichtsbetrachting in Atjeh, op 24 juli en 1 september 1902 en gedurende het tijdvak van 30 oktober tot en met 30 december 1902”. Bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1905 volgde een nieuwe buitengewone bevordering tot eerste luitenant, met behoud van zijn plaatsing à la suite van het Korps Marechaussee te Voet in Atjeh en Onderhorigheden. De marechaussee-eenheden onder zijn commando droegen rode halsdoeken als teken van de bereidheid bloed te vergieten.2

Het Toba-Bataks gebied en de dood van Si Singamangaraja XII

Christoffel diende onder commando van Nederlandse generaals als J.B. van Heutsz, G.C.E. van Daalen en H.N.A. Swart. Vanaf 1907 werd hij belast met de zoektocht naar Si Singamangaraja XII, de zelfstandige Toba-vorst die jarenlang weerstand bood aan de Nederlandse expansie en vanuit zijn gebied protestbrieven naar het koloniale bestuur stuurde. Christoffel zette in maart 1907 een meedogenloze achtervolging in. Op 17 juni 1907 werd Si Singamangaraja XII in omstreden omstandigheden gedood. In de Nederlandse pers werd Christoffel als held gevierd; in de Indonesische geschiedschrijving geldt Si Singamangaraja XII als nationale held en gevallen vrijheidsstrijder, in 1961 officieel uitgeroepen tot Pahlawan Nasional door president Soekarno.3

Op 7 juli 1906 was Christoffel reeds genaturaliseerd tot Nederlander. Bij Koninklijk Besluit van 5 december 1908 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw “als hebbende zich onderscheiden bij de krijgsverrichtingen in het militaire optreden in de Bataklanden”. Het paradoxale van deze koloniaal-militaire eer is dat zij rust op een geweldscampagne die Nederland en Indonesië tot in de eenentwintigste eeuw inhoudelijk verschillend duiden.

Pensionering en latere jaren

Na zijn militaire loopbaan vestigde Christoffel zich in Antwerpen. Hij overleed daar op 3 april 1962, bijna zevenennegentig jaar oud. Voor de Indische genealogische gemeenschap is zijn dossier van belang als referentiecase voor buitenlandse vrijwillige KNIL-officieren en voor families van personen die in zijn marechaussee-eenheden hebben gediend. Stamboeken-onderzoek bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en bij Bronbeek vormt de naastliggende vervolgstap.