Familie en jonge jaren

Karel Albert Rudolf Bosscha, in de familie en onder vrienden bekend als Ru, werd op 15 mei 1865 geboren te ‘s-Gravenhage als zoon van de natuurkundige Johannes Bosscha jr. en Paulina Emilia Kerkhoven. Zijn vader behoorde tot de wetenschappelijke elite van Nederland en was hoogleraar aan de Polytechnische School te Delft, hetgeen Karels latere belangstelling voor techniek en sterrenkunde mede heeft bepaald. Zijn moeder kwam uit het uit de Veluwe stammende, sinds drie generaties in Nederlands-Indië gevestigde theeplanters-geslacht Kerkhoven; deze afkomst zou bepalend worden voor de bestemming van zijn loopbaan.

Theeplantage Malabar en innovatie

In 1887 vertrok Bosscha naar Nederlands-Indië. Vanaf 1895 trad hij op als administrateur van de toen pas aangelegde theeplantage Malabar, eigendom van zijn neef R.E. Kerkhoven. Onder zijn leiding groeide Malabar uit tot de grootste en meest rendabele theeplantage van Nederlands-Indië, met een internationaal erkende kwaliteit. Bosscha ontwikkelde onder meer de zogenoemde Malabar-Verflensmachine, een apparaat dat de bewerking van theebladeren verbeterde en als referentie-ontwerp in de Indische thee-industrie werd overgenomen.2

Op zijn plantage week Bosscha af van het destijds gebruikelijke patronaat door scholen en degelijke arbeiderswoningen voor zijn werknemers te bouwen, een sociale infrastructuur die in de Preanger ongebruikelijk was. Louis Couperus, die hem persoonlijk ontmoette, omschreef hem als “een dynamische persoonlijkheid, opstandig, maar met een hart zo zacht als jonge theebladeren”.3

Infrastructuur en wetenschap rond Bandoeng

Buiten de theecultuur ondernam Bosscha tal van publieke initiatieven in de regio Bandoeng. In 1895 stichtte hij de Preanger Telefoonmaatschappij, die in 1908 door de Indische staat werd overgenomen en de basis vormde voor het regionale telefoonnet. Hij werkte mee aan de oprichting van de Technische Hogeschool te Bandoeng (de huidige Institut Teknologi Bandung), aan een ziekenhuis en aan diverse onderwijs- en gezondheidsvoorzieningen. Voor zijn maatschappelijke verdiensten werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en commandeur in de Orde van Oranje-Nassau.

Het meest tastbare wetenschappelijk monument van Bosscha is de naar hem genoemde Sterrenwacht Bosscha te Lembang, ten noorden van Bandoeng, waarvan de bouw vanaf 1923 onder zijn financiële steun werd gerealiseerd. De sterrenwacht functioneert tot op heden onder dezelfde naam, ook na de Indonesische onafhankelijkheid in 1945.

Overlijden en nalatenschap

Bosscha overleed op 26 november 1928 te Bandoeng en werd in een praalgraf op zijn eigen plantage Malabar bijgezet, dat tot heden door de Indonesische staatsonderneming PT Perkebunan Nusantara wordt onderhouden. In zijn testament liet hij vijftigduizend gulden na aan de gemeente Bandoeng voor liefdadigheidsdoelen. Ter herdenking van zijn werk werd in 1932 voor het eerst de Bosscha-medaille uitgereikt, een onderscheiding voor verdiensten op het gebied van de thee-industrie.4

Na de onafhankelijkheid bleef de plaatselijke herdenking levend: de gemeente Bandung handhaafde de Jalan Bosscha, en bij de sterrenwacht te Lembang staat een monument met zijn naam en het jaartal 1923. Op 28 september 2007 werd de planoïde (11431) Karelbosscha, met een doorsnede van circa vijf kilometer en een omloopbaan tussen Mars en Jupiter, naar hem vernoemd.

Voor de Indische genealogie is Bosscha een sleutelfiguur: zijn nakomelingen via Indische vrouwen op Malabar vormen een vertakte Indo-Europese familie waarvan delen via de migratiestromen na 1949 in Nederland terechtkwamen. Reconstructie van die afstammingslijn is een open onderzoeksveld waarvoor het BWNI nadrukkelijk vrijwilligers oproept.