Herkomst en uitzending

Adrianus Johannes Bik werd op 13 januari 1790 te Duinkerken geboren als oudste zoon van de Amsterdamse koopman Jan Bik en Jeannette Butin. Hij werd op 22 februari 1790 in de Protestants-gereformeerde gemeente te Duinkerken gedoopt. De inval van de Pruisen in september 1787 had het gezin Bik op de vlucht gedreven; Jan Bik was reeds sinds 23 september 1778 gehuwd met Anna van der Lecq en het gezin verbleef tijdelijk in Frans-Vlaanderen voor de geboorte van Adrianus. Adrianus volgde een tekenopleiding en werd in 1812 ingeschreven als lid van de Evangelisch-Lutherse gemeente te Amsterdam; in datzelfde jaar liet hij zich vervangen als conscript voor het Légion d’Honneur.1

Na het herstel van de Nederlandse soevereiniteit over de Oost-Indische bezittingen werd Bik door koning Willem I aangesteld als tekenaar bij de wetenschappelijke missie van prof. Caspar Georg Carl Reinwardt, hoogleraar te Amsterdam, die door de regering belast was met onderzoek naar de natuurlijke historie en de bestuurbaarheid van de archipel. Op 29 oktober 1815 vertrok Bik aan boord van De Evertsen uit Nederland. Na enkele maanden verblijf aan de Kaap de Goede Hoop arriveerde hij op 27 april 1816 te Batavia. In hetzelfde jaar werd hij daar officieel aangesteld als (eerste) tekenaar; zijn jongere broer Jannus Theodorus, die hem vergezelde, werd benoemd tot tweede tekenaar.1,2

De Reinwardt-expeditie 1821–1822

Tussen 27 februari 1821 en 26 juni 1822 vergezelden Adrianus en Jannus Bik samen met de Vlaamse kunstenaar Antoine Auguste Joseph Payen de natuuronderzoeker Reinwardt op een lange expeditie door Java en de oostelijke gedeelten van de archipel. De reis bracht hen onder meer naar Sumbawa, Adonara, Solor, Timor, Ombai, Kisar, Banda Neira, Ambon en omliggende eilanden. Adrianus tekende landschappen, archeologische oudheden, plant- en diersoorten en de ontmoete bevolkingsgroepen. Een aanzienlijk deel van zijn schetsboeken en losse tekeningen bevindt zich heden in het Rijksmuseum te Amsterdam, het Rijksmuseum Volkenkunde te Leiden en het Tropenmuseum te Amsterdam, grotendeels via een schenking van de erven van mevrouw G.L. Arnold Bik-Stemfoort in 1999.3,4

Portret van prins Diponegoro, lithografie 1835 door C.C.A. Last naar potloodtekening van A.J. Bik (1830)
Portret van prins Diponegoro, lithografie van C.C.A. Last (1835) naar de oorspronkelijke potloodtekening van A.J. Bik (1830). Bron: KITLV / Wikimedia Commons (publiek domein). De toeschrijving van de oorspronkelijke tekening aan Bik wordt in recente literatuur heroverwogen; zie verify-noot.

Eigen expeditie en bestuurlijke loopbaan

Na het vertrek van Reinwardt in 1822 ging Adrianus Bik zijn eigen weg, in tegenstelling tot zijn broer Jannus die in 1823 onder leiding van J.C. van Hasselt deelnam aan een expeditie door het westelijke gedeelte van de residentie Bantam. In 1824 leidde Adrianus zijn eigen expeditie naar de Kei- en Aroe-eilanden tussen de Molukken en Nederlandsch Nieuw-Guinea. Het reisverslag van deze tocht werd pas in 1928, ruim vijftig jaar na zijn dood, postuum gepubliceerd onder de titel Dagverhaal eener reis, gedaan in het jaar 1824, ter beschrijving der eilanden Kekir, Aroe en Tenimber, door A.J. Bik.1,2

Op 28 augustus 1825 huwde Bik te Batavia in de Evangelisch-Lutherse gemeente Anna Maria Arnold (1809–1894). Van dit huwelijk stamt het Indische geslacht Arnold Bik af. Drie jaar later, bij besluit van de Commissaris-Generaal van 28 augustus 1828, werd Bik benoemd tot Baljuw van Batavia en assistent-resident over de Ommelanden van Batavia. Bij gouvernementsbesluit van 30 maart 1832 volgde de benoeming tot lid van de Raad van Justitie te Batavia. In 1830 ontdekte hij de plant Bikkia grandiflora Reinw., die later naar hem werd vernoemd; correspondentie over de verspreiding en publicatie van afbeeldingen daarvan dateert uit 1913–1926.1

Terugkeer en overlijden

Na zijn pensionering keerde Bik terug naar Europa en vestigde zich uiteindelijk te Brussel. Hij liet op 21 februari 1871 zijn testament opmaken voor notaris Isaac Jan van der Hel te Maarsseveen, en overleed op 1 oktober 1872 te Brussel.1 Familieberichten verschenen in Het Vaderland, de Opregte Haarlemsche Courant, de Provinciale Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche Courant en het Dagblad van Zuidholland en ’s-Gravenhage van 9 en 10 oktober 1872, raadpleegbaar via Delpher.5

Het persoonlijk archief van Bik, met inbegrip van zijn schetsboeken uit de Molukken (ca. 1821) en uit de terugreis, zijn doopuittreksel uit 1790, het uittreksel uit het bevolkingsregister van Amsterdam betreffende zijn vestiging te Brussel, alsmede stukken betreffende zijn ambtelijke loopbaan, bevindt zich in het Nationaal Archief te Den Haag onder toegang 2.21.024 (archief van het geslacht Bik en aanverwante geslachten 1789–1946). Een biografisch artikel verscheen in 1917 in de Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië deel I van de hand van G.P. Rouffaer; een levensbericht door L.S.A.M. von Römer in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek deel VIII (Leiden 1930), pp. 108–109, vatte Biks betekenis voor de vroeg negentiende-eeuwse documentatie van Nederlandsch-Indië samen.1,6