Vroege loopbaan en katholieke politiek

Louis Joseph Maria Beel werd op 12 april 1902 geboren te Roermond in een katholiek Limburgs milieu. Hij studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, promoveerde tot doctor in de rechten en werd na enkele jaren bij de gemeente Eindhoven hoogleraar bestuursrecht. Zijn binding met de Roomsch-Katholieke Staatspartij (vanaf 1945 omgevormd tot Katholieke Volkspartij, KVP) maakte hem na de bevrijding van Nederland tot een centraal bestuurlijk figuur. In 1945 werd hij minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Schermerhorn-Drees; in 1946 werd hij voor het eerst minister-president.1

Hoge Vertegenwoordiger in Indië (1948-1949)

Op 4 november 1948 werd Beel benoemd tot Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon in Nederlandsch-Indië, een nieuw gevormde positie die de oude functie van gouverneur-generaal verving en die de Nederlandse soevereiniteit moest belichamen tijdens de overgang naar de geplande Verenigde Staten van Indonesië. Beel arriveerde in Batavia in een uiterst gespannen situatie: de onderhandelingen tussen Nederland en de Republiek Indonesië (onder Soekarno en Hatta) waren vastgelopen.

In de nacht van 18 op 19 december 1948 begon Nederland onder Beels eindverantwoordelijkheid de Tweede Politionele Actie (codenaam Operatie Kraai), waarbij Yogyakarta werd ingenomen en de leiding van de Republiek werd gearresteerd. De militaire operatie haalde haar tactische doel maar leidde tot een diplomatieke ramp: de Verenigde Naties veroordeelden de Nederlandse actie, de Verenigde Staten dreigden de Marshall-hulp te bevriezen, en India en Australië namen het Indonesische standpunt over. Beel trad in mei 1949 af; in november 1949 volgde de soevereiniteitsoverdracht.2

Tweede ministerschap en Raad van State

In 1958-1959 was Beel opnieuw minister-president (interim-kabinet-Beel II) en daarna minister van Binnenlandse Zaken. In 1959 werd hij vice-president van de Raad van State, een functie die hij tot 1972 zou vervullen en waarbij hij grote invloed bleef uitoefenen op de Nederlandse politiek-bestuurlijke besluitvorming. Hij overleed op 11 februari 1977 te Utrecht.

Voor de Indische gemeenschap is Beel een controversiële figuur: hij wordt door sommigen herinnerd als de bestuurder die het laatste, onhoudbare Nederlandse koloniale gezag belichaamde, door anderen als bestuursjurist die het terugtrekken in goede juridische banen leidde. Voor het BWNI is hij relevant als brug tussen het koloniale en postkoloniale Indië-Nederland-domein, en omdat onder zijn HVK-ambt de soevereiniteitsoverdracht-periode juridisch werd voorbereid.