🆕 Het eerste Indisch Familieblad is verschenen — gratis te lezen en te downloaden.  Lees nu →   |  ❤ Steun ons werk   |  📧 Nieuwsbrief

Mestiezen van Kisar

Historische kaart van het eiland Kisar (Kisser) door G.P. Rouffaer, ca. 1900. Publiek domein.
Kaart van Kisar door G.P. Rouffaer (ca. 1900). Bron: Wikimedia Commons, publiek domein.

Kisar is een van de piepkleine eilandjes die ten oosten van het eiland Timor liggen, in de Zuidwest-Molukken (Maluku). De mestiezen van Kisar zijn de nakomelingen van de VOC-soldaten die in de zeventiende eeuw het Europese garnizoen vormden en kinderen kregen bij Kisarase vrouwen. Ook de nazaten van die eerste VOC-soldaten werden VOC-soldaat en trouwden bijna steeds met iemand uit de eigen groep. Zo vormden zich soldatenfamilies die zich onderscheidden van de inheemse bevolking doordat zij christen waren en Europese namen droegen.

Historische achtergrond: het eiland Kisar

Kisar, in koloniale documenten veelal gespeld als Kisser, meet slechts circa 8 bij 11 kilometer en telt een handvol dorpen, waarvan Wonreli het grootste is. Het eiland ligt in de Straat Timor en was voor de VOC van strategisch belang als tussenhaven op de route naar de Banda-eilanden. Het heuvelachtige interieur loopt op tot ongeveer 700 meter; de kusten zijn overwegend steil en rotsachtig. De ligging aan de rand van de Nederlandse koloniale invloedssfeer maakte Kisar tot een geïsoleerde post, waar garnizoensleden gedurende soms jaren aaneengesloten gestationeerd bleven.

De VOC-periode op Kisar

In de loop van de zeventiende eeuw vestigde de VOC een klein Europees garnizoen op Kisar. De soldaten, grotendeels afkomstig uit de Nederlanden, Duitsland en Scandinavië, maar ook elders in Azië aangeworven, kregen kinderen bij lokale Kisarase vrouwen. Deze nakomelingen werden de kern van de mestiezengemeenschap. Kenmerkend was dat de kinderen van de eerste VOC-soldaten op hun beurt opnieuw in VOC-dienst traden en bijna uitsluitend binnen de eigen gemeenschap trouwden.

Zo consolideerden zich over generaties heen gesloten soldatenfamilies. Zij onderscheidden zich van de inheemse Kisarase bevolking door hun christelijk geloof, hun Europese familienamen en hun aanspraken op een beperkte burgerrechtelijke status binnen het koloniale systeem. Als christenen met Europese namen genoten zij een hogere formele status dan de inheemse bevolking, maar zij stonden ver af van de Europese officieren en kooplieden in de grotere koloniale centra.

Bewoners van het dorp Kisar, circa 1900. Collectie Tropenmuseum Amsterdam, licentie CC BY-SA 3.0.
Bewoners van het dorp Kisar, ca. 1900. Collectie Tropenmuseum Amsterdam (CC BY-SA 3.0).

Families en familienamen

De mestiezen van Kisar droegen Europese achternamen die direct teruggaan op hun VOC-voorouders. De voornaamste families waren: Van Asselt, Bakker, Belmin, Belder, De Bock, Caffin, Coenradi, Couvenant, Van Delsen, Joostensz, Leander, Lerrick, Peel, Polst, Ruff of Roeff, Schilling of Schelling en Wouthuijsen. Verscheidene van deze familienamen zijn mogelijk ook terug te vinden in het Biografisch Woordenboek van Nederlandsch-Indië (BWNI), dat biografische gegevens bevat van personen die een rol speelden in de koloniale dienst.

De naam Lerrick is opvallend: zij gaat vermoedelijk terug op een niet-Nederlandse soldaat, mogelijk van Portugese of inheemse herkomst, wat erop wijst dat de VOC ook buiten Europa aanwierf. De naam Caffin wijst mogelijk op Franse of Waalse afkomst. Onderzoek naar de precieze herkomst van de afzonderlijke familienamen, via de genealogische bronnen van SIGE en de VOC-archieven in het Nationaal Archief, kan de geschiedenis van de mestiezen aanzienlijk verdiepen.

Sociale positie en levenswijze

Na de VOC-tijd waren de mestiezen beroepsmatig vooral actief als kleinlandbouwer, handelaar of ambachtsman. Zij bezaten kleine percelen grond en dreven handel met de omliggende eilanden. Naarmate de negentiende eeuw vorderde, raakten de mestiezen steeds meer geïntegreerd in de inheemse Kisarase samenleving. Het Nederlands als voertaal raakte vrijwel geheel in onbruik. Gemengde huwelijken met de omringende bevolking namen toe, waardoor de culturele en biologische distinctie tussen de mestiezenfamilies en de overige Kisarezen gaandeweg vervaagde.

Demografische neergang en verdwijning

De mestiezengemeenschap op Kisar is altijd klein gebleven. Bij de volkstelling van 1917 werden slechts 200 personen als mestizo geregistreerd; in 1946 was dat aantal gedaald tot 145. Wat er na de onafhankelijkheid van Indonesië (1949) van hen is geworden, is vooralsnog onbekend. Vermoedelijk zijn zij volledig opgegaan in de algemene bevolking van Kisar, waarbij de Europese familienamen mogelijk de enige traceerbare erfenis vormen van drie eeuwen VOC-aanwezigheid op dit afgelegen eiland.

SIGE zou graag meer over deze bijna vergeten bevolkingsgroep boven tafel willen brengen. Mocht je informatie hebben, elk beetje is welkom, die meer licht over deze groep kan laten schijnen, dan kun je contact opnemen via redactie@indischgenealogischerfgoed.nl.

Bronnen en verder onderzoek

Voor genealogisch onderzoek naar de mestiezen van Kisar kunnen de volgende bronnen worden geraadpleegd:

  • Regerings-Almanak voor Nederlandsch-Indië, jaarlijkse overzichten van koloniale ambtenaren en garnizoensleden. Raadpleeg de genealogieafdeling van SIGE voor beschikbare jaargangen.
  • VOC-archieven, Nationaal Archief Den Haag, soldatenregisters, monsterrollen en doopboeken uit de Malukken (1602–1799).
  • Tropenmuseum, Amsterdam, fotocollecties betreffende de Molukken, waaronder bewoners van Kisar (foto hierboven; CC BY-SA 3.0).
  • KITLV-collectie, Leiden, historische kaarten en reisverslagen over Kisar, waaronder het werk van G.P. Rouffaer (kaart hierboven; publiek domein).
  • Biografisch Woordenboek van Nederlandsch-Indië (BWNI), raadpleeg het BWNI voor mogelijke lemma’s over de genoemde familienamen.