Ernest François Eugène Douwes Dekker

Foto: Anefo / Nationaal Archief,
CC0
Genealogische gegevens
ook bekend als Danoedirdja Setiabudi (roepnaam Nes; kortnaam DD), geb.
Pasoeroean 8 oktober 1879, ovl. Bandoeng 28 augustus 1950 (zn. van
Auguste Henri Edouard Douwes Dekker, geb. Amsterdam ca. 1850,
ovl. Batavia 1924, makelaar in effecten en agent van de Nederlandsch-Indische Escomptobank,
en Louisa Margaretha Neumann, geb. Pekalongan
1844, ovl. Batavia juli 1899). Derde kind uit een gezin van vier.
Grootvader Jan Douwes Dekker (1816–1864), jongere broer van de schrijver
Eduard Douwes Dekker (1820–1887, Multatuli). Grootmoeder
Louise Bousquet. De familie Douwes Dekker stamde uit Amsterdam en was sinds het
midden van de negentiende eeuw in Nederlands-Indië gevestigd; Jan werkte in
dienst van de koloniale administratie, evenals zijn beroemde broer.
Louisa Margaretha Neumann was een dochter uit het tweede huwelijk van
Maur Neumann (geb. ca. 1808 Salzdorf, Beieren – ovl. 10 november 1866 Pekalongan),
toko-eigenaar en grondbezitter in Pekalongan, getrouwd op 26 januari 1853 te Pekalongan
met de Javaanse vrouw Sahia. Maur Neumann emigreerde als Duitser naar Java
en liet zich in 1859 naturaliseren als Nederlands onderdaan. Louisa Margaretha was
aldus dochter van een genaturaaliseerde Duits-Javaanse verbintenis, een patroon
dat kenmerkend is voor de Indo-Europese bevolkingsgroep op koloniaal Java.
Maur Neumann had ook kinderen uit een eerder huwelijk (1838) met Jacoba Carolina Greuder.
1. Adeline Louise Augustine Douwes Dekker, geb. Soerabaja 1876, ovl. 1935.
2. Julius Alexander Johan Douwes Dekker, geb. Soerabaja 20 mei 1878, ovl. Batavia 7 augustus 1940. Nam met Ernest deel aan de Tweede Boerenoorlog (Hollander Corps); was militair succesvoller dan zijn broer en schreef zelf over zijn ervaringen.
3. Ernest François Eugène (DD zelf).
4. Guido Maximiliaan Gustaaf Douwes Dekker, geb. Meester Cornelis (Batavia) 1883, ovl. 1959. Eveneens deelnemer aan de Boerenoorlog.
Tr. 1° 11 mei 1903 met Clara Charlotte Deije
(1885–1968), dochter van een arts van Duits-Nederlandse afkomst. Uit dit huwelijk
vijf kinderen, waarvan drie dochters in leven (twee zoons jong overleden). Echtscheiding
7 juli 1920.
Tr. 2° 22 september 1926 met Johanna Petronella Mossel
(1904–1982), onderwijzeres, Indo-Joodse afkomst. Zij assisteerde het secretariaat
van het door DD opgerichte Ksatrian Instituut. Kinderloos. Tijdens DD’s verbanning
naar Suriname (1941) ging Mossel een verhouding aan met Arthur Kolmus (later bekend als
Djafar Kartodiredjo) zonder formeel gescheiden te zijn; de echtscheiding werd pas op
21 juni 1947 uitgesproken.
Tr. 3° 1947 met Nelly Alberta Kruymel
(weduwe Geertzema, één kind), Indo-Europese verpleegster die DD in Nederland in
1946 verzorgde tijdens zijn herstel na terugkeer uit Suriname. Zij vergezelde hem onder
pseudoniem naar Indonesië. Op voorstel van Sukarno nam zij de naam
Haroemi Wanasita aan, terwijl DD de naam Danoedirdja Setiabudi aannam.
Huwelijk gesloten volgens islamitische ritus. Kinderloos. Na DD’s overlijden hertrouwde
Haroemi in 1964 met Wayne E. Evans en vestigde zich in de Verenigde Staten.
Jeugd en vorming
Ernest Douwes Dekker werd op 8 oktober 1879 te Pasoeroean in Oost-Java geboren als derde
kind van Auguste Douwes Dekker, agent van de Nederlandsch-Indische Escomptobank, en de
Indo-Europese Louisa Margaretha Neumann. Tussen zijn broers en zusters circuleerde hij
onder de roepnaam Nes, later — in nationalistische en journalistieke kringen — als DD.
Zijn Indische afkomst via zijn moeder, en met name haar Duits-Javaanse herkomst uit het
geslacht Neumann – Sahia uit Pekalongan, werd voor zijn politieke ontwikkeling
belangrijker dan de literaire nalatenschap van zijn oudoom Multatuli. De familie verhuisde
meerdere malen: eerst Soerabaja, daarna Pasoeroean, later Meester Cornelis (Batavia) en
uiteindelijk Pegangsaan in Jakarta.
Na de lagere school in Pasoeroean volgde Douwes Dekker de HBS in Soerabaja en later het
elitaire Gymnasium Koning Willem III in Batavia, waar hij in 1897 zijn diploma behaalde.
Hij trad aan als opzichter op de koffieplantage Soember Doeren bij Malang, maar raakte
in conflict met de bedrijfsleiding door het opnemen voor de inheemse werknemers. Na een
overstap naar de suikerfabriek Padjarakan bij Kraksaän stelde hij malversaties bij
de waterverdeling tussen fabriek en rijstboeren aan de kaak, wat hem opnieuw zijn baan
kostte. Kort nadien stierf zijn moeder (juli 1899) en raakte de zakelijke positie van
zijn vader in verval.
Boerenoorlog, journalistiek en politieke vorming
In februari 1900 vertrok Douwes Dekker, samen met zijn broers Julius en Guido, naar
Zuid-Afrika om aan Boerse zijde deel te nemen aan de Tweede Boerenoorlog. Julius, de oudste
van de drie, diende met het Hollander Corps en was militair succesvoller dan Ernest; hij schreef
zelf over zijn ervaringen. Ernest werd in Engelse krijgsgevangenschap gevoerd en geïnterneerd
op Ceylon. Zijn brieven over deze ervaringen, gepubliceerd in Het Nieuws van den Dag en het
Bataviaasch Nieuwsblad, vormden het begin van zijn journalistieke carrière.
Teruggekeerd in 1903 werkte hij voor De Locomotief in Semarang, vanaf 1907 voor
het Bataviaasch Nieuwsblad, en vanaf 1912 als oprichter-hoofdredacteur van
De Expres.
Zijn ervaring van de koloniale klassen- en rassenhiërarchie — als Indo tussen
‘volbloed’ Nederlanders en inheemsen — werd de drijvende kracht achter zijn politieke
denken. Via contact met studenten van de School tot Opleiding van Indische Artsen (STOVIA)
te Batavia ontwikkelde hij een radicaal-antikoloniaal standpunt. Rond 1910 sloot hij zich
aan bij de Indische Bond en pleitte hij voor een brede Indische identiteit die
Indo-Europeanen, Chinezen en inheemse groepen samen omvatte.
Indische Partij en ballingschap
In september 1912 richtte Douwes Dekker, samen met de inheemse artsen Tjipto
Mangoenkoesoemo en Soewardi Soerjaningrat (later Ki Hadjar Dewantara), de Indische Partij
op, de eerste politieke partij in de kolonie die openlijk zelfbestuur bepleitte. In maart
1913 telde de partij zo’n zevenduizend leden, waarvan vijfenvijfhonderd Indo-Europeanen
en vijftienhonderd inheemsen. Het koloniale bestuur verbood de partij en verbande de drie
oprichters in september 1913 naar Nederland.
Tijdens zijn ballingschap bewoog Douwes Dekker zich in kringen van liberale Nederlanders
en Indische studenten. In deze periode werd vermoedelijk voor het eerst de term
‘Indonesië’ als politiek-organisatorisch begrip gebruikt, in de naam van de
Indonesische Bond van Studenten. Na terugkeer in de kolonie bleef Douwes Dekker actief,
onder meer met de oprichting van het Ksatrian Instituut in Bandoeng (1924), een school
met eigen curriculum gericht op Indische jongeren.
Jodensavanne en terugkeer
In 1941, na de Duitse inval in Nederland en het uitbreken van de oorlog in Azië,
werden Indo-Europeanen van Duitse afkomst door de Nederlandse autoriteiten als potentieel
gevaarlijk beschouwd. Douwes Dekker werd via Sumatra overgebracht naar Suriname en
geïnterneerd in het kamp Jodensavanne, een interneringskamp in het tropisch oerwoud
van Suriname voor vermeende NSB’ers en Duitsgezinden. Hij verbleef er vijf jaar onder
zware omstandigheden. Zijn echtgenote Johanna Mossel ging intussen een relatie aan met
Arthur Kolmus, zonder dat formeel scheiding was uitgesproken.
Na zijn vrijlating kwam Douwes Dekker in 1946 in Nederland aan, waar hij werd verzorgd
door de Indo-Europese verpleegster Nelly Alberta Kruymel (weduwe Geertzema). Met haar
keerde hij, onder pseudoniem om de Nederlandse inlichtingendienst te ontlopen, op
2 januari 1947 terug naar Indonesië. Na vaststelling dat Mossel hertrouwd was, trad hij
op islamitische wijze in het huwelijk met Kruymel. Op voorstel van Sukarno namen beiden
in februari 1947 nieuwe namen aan: hij werd Danoedirdja Setiabudi — ‘krachtige
substantie, trouwe geest’ — en zij Haroemi Wanasita.
Laatste jaren en nalatenschap
Na zijn terugkeer werd Setiabudi benoemd tot lid van de Komite Nasional Indonesia Pusat
(voorlopig parlement) en fungeerde hij korte tijd als minister zonder portefeuille in
het kabinet-Sjahrir III. In december 1948 werd hii, ondanks slechte gezondheid, door
Nederlandse troepen gearresteerd, maar spoedig vrijgelaten. Hij sleet zijn laatste jaren
in Bandoeng, aan de Lembangweg (thans Jalan Setiabudi), waar hij werkte aan zijn
autobiografie 70 Jaar Konsekwent (1950).
Op zijn zeventigste verjaardag, 8 oktober 1949, was hij aanwezig bij de formele
Nederlandse soevereiniteitsoverdracht aan de Republiek Indonesië. Hij overleed acht
maanden later, in de vroege ochtend van 28 augustus 1950, en werd begraven op de
Indonesische heldenbegraafplaats Cikutra te Bandoeng. Bij presidentieel decreet nr. 590
van 9 november 1961 werd hij door Sukarno posthuum uitgeroepen tot Pahlawan Nasional
(Nationale Held) van Indonesië.
Historische beoordeling
Douwes Dekker was in meerdere opzichten een tragische figuur. Als Indo-Europeaan vond hij
moeilijk aansluiting bij de Indonesische nationalisten, terwijl hij bij de eigen
Indo-Europese gemeenschap weinig instemming vond voor zijn radicale standpunten. Zijn
ideeën over een inclusief ‘Indisch vaderland’, waarin inheemsen, Indo-Europeanen en
Chinezen gezamenlijk zouden opgaan, werden door de latere Indonesische staat onder
Sukarno op een zijspoor gezet ten gunste van een op inheems-etnische grondslag gebouwde
natiestaat. Soekarno zelf beschouwde Setiabudi echter als zijn leraar, en zijn positie
in de ‘Drie Serangkai’ (met Tjipto Mangoenkoesoemo en Soewardi Soerjaningrat) blijft tot
op heden de erkenning van zijn historische rol. De biografie door Paul W. van der Veur,
The Lion and the Gadfly (KITLV, 2006), en die van Frans Glissenaar,
Het leven van E.F.E. Douwes Dekker (1999), vormen de standaardwerken over zijn
leven.
De herkomst van Louisa Margaretha Neumann is nader bepaald: haar vader was
Maur Neumann (ca. 1808, Salzdorf, Beieren – 10 nov. 1866, Pekalongan), toko-eigenaar en
grondbezitter in Pekalongan, genaturaaliseerd 1859; haar moeder was de Javaanse vrouw
Sahia (huwelijk Pekalongan 26 januari 1853). Dit is de ‘Duits-Javaanse lijn’ in het
voorgeslacht van DD. Broer Julius had als geboorteplaats Soerabaja (20 mei 1878) en overleed
in Batavia op 7 augustus 1940; hij diende met het Hollander Corps in de Boerenoorlog.
Portretfoto (1948, Anefo/Nationaal Archief, CC0) toegevoegd via Wikimedia Commons.
De volgende punten zijn bij archiefonderzoek nog te controleren: (1) CBG-persoonskaarten
Douwes Dekker, Neumann, Deije en Mossel voor verdere genealogische precisering; (2) de
politie- en inlichtingendossiers in het Nationaal Archief betreffende DD’s activiteiten
1912–1941; (3) de Regeerings-Almanak voor loopbaangegevens van vader Auguste Douwes Dekker
(zijn exacte plaatsingen en functieverloop zijn niet volledig bekend); (4) het KITLV-archief
te Leiden voor manuscripten en correspondentie; (5) Indonesische archiefstukken over de
periode 1947–1950 (ANRI, Jakarta) voor de precieze politieke rol van Setiabudi in het
kabinet-Sjahrir III.
Bronnen en literatuur
- P.C. Bloembergen, ‘Douwes Dekker, Ernest François Eugène (1879–1950)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 5, Huygens KNAW. — resources.huygens.knaw.nl →
- Paul W. van der Veur, The Lion and the Gadfly. Dutch Colonialism and the Spirit of E.F.E. Douwes Dekker, KITLV Press, Leiden 2006.
- Frans Glissenaar, Het leven van E.F.E. Douwes Dekker, Verloren, Hilversum 1999.
- Ernest Douwes Dekker, 70 Jaar Konsekwent (autobiografie), 1950.
- T. van den Berg & A.M. Cloete, ‘Lotgevallen van drie broers Douwes Dekker in de Anglo-Boerenoorlog’, Historia, Universiteit van Suid-Afrika. — journals.co.za →
- Scriptie E.F.E. Douwes Dekker, Universiteit Leiden (Moderne Letterkunde). — let.leidenuniv.nl →
- WikiTree, profiel Louisa Margaretha Neumann (Neuman-284) en Maur Neumann (Neumann-569): geboortegegevens en parenteel Neumann – Sahia.
- Geneanet, stamboom Douwes Dekker / Neumann, beheer Luc Zuur. — gw.geneanet.org/luczuur →
- Wikipedia (Engelstalig en Indonesisch), lemma ‘Ernest Douwes Dekker’ (voor biografische data).
- Koran Sulindo, ‘Danudirja Setiabudi: Seorang Douwes Dekker Lainnya’; Tempo.co, ‘Sukarno Beri Nama Danudirja Setiabudi untuk Douwes Dekker’ (voor de laatste jaren en Nelly Kruymel/Haroemi Wanasita).
- Nationaal Archief, Den Haag — koloniale politie- en inlichtingendossiers; Regeerings-Almanak voor Nederlandsch-Indië.
- KITLV, Leiden — archief Douwes Dekker / Setiabudi, correspondentie en manuscripten.
- CBG Centrum voor familiegeschiedenis, Den Haag — persoonskaarten Douwes Dekker, Neumann, Deije, Mossel.
- Portretfoto 1948: Anefo / Nationaal Archief, via Wikimedia Commons, licentie CC0.
Auteur: R.S. Ravestijn. Herzien april 2026. © BWNI. In bronvermeldingen aan te halen als: Douwes Dekker, Ernest François Eugène, ‘Biografisch Woordenboek van Nederlandsch-Indië’, indischgenealogischerfgoed.nl/bwni/douwes-dekker-ernest-francois-eugene/

